Nu ik al meer dan twee jaar opnieuw dagelijks bloot sta aan de  nieuwsvoorziening in Europees Nederland – ik ben wel eens trager van begrip geweest – kan ik niet anders dan vaststellen dat het woord ontwikkelingssamenwerking volledig uit de gratie is. Het drong het afgelopen coronajaar langzaam tot me door, zoals wanneer je meeslepend hebt gedroomd en je afvraagt: zit ik echt in the shit, waar ben ik eigenlijk? 

En het had met Sigrid Kaag te maken. Ik wist wel dat ze minister was in het zoveelste kabinet-Rutte, maar moest toch even zoeken van welke partij en met welke opdracht. Van D66, las ik, belast met Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Klaarblijkelijk had ze alle tijd om aan een opmars in de vaderlandse politiek te werken. Dat kon geen toeval zijn.

Decennia lang is ontwikkelingsamenwerking (OS) me even vertrouwd geweest als mijn broekzak. Het woord geraakte een halve eeuw geleden in zwang als politiek correct alternatief voor wat na de tweede wereldoorlog ‘ontwikkelingshulp’ was gaan heten, dat wil zeggen de ondersteuning van nieuwe onafhankelijke staten met een verleden als kolonie. Het politiek correcte school in de intentie waarmee bepaalde politici afstand namen van de hulp als speelbal van belangen in het voormalige moederland. Zo was het meer regel dan uitzondering dat hulp diende te worden besteed in het land waar ze vandaan kwam, en hoe vaak werd ze wel niet  ingezet als smeermiddel in de internationale politiek!

Met OS toonde je als regering je bereidheid om de internationale ongelijkheid op financieel-economisch en dus ook sociaal terrein aan de kaak te stellen en ook in eigen vlees te snijden. In de jaren tachtig mondde dat uit in het streven naar een nieuwe internationale economische orde: hèt thema waarmee het Westen zich in de eindfase van de Koude Oorlog onderscheidde van zijn communistische tegenpool.

Nederland was – met een paar Scandinavische landen – jaren lang  koploper op dat vlak, gemeten naar een door de Verenigde Naties (VN) voorgehouden minimaal percentage van het eigen nationaal product. Over dat percentage werd dan ook tot het eind van het millennium gesteggeld in Den Haag, met name in de aanloop naar nieuwe verkiezingen. Daarbij pleitte de VVD steevast voor verlaging of loslaten en profileerden de PvdA en voorlopers van wat later GroenLinks zou worden zich als de empathische pijler van het buitenlands beleid. 

Ondertussen werden wereldwijd  de kaarten opnieuw geschud. Het Westen beijverde zich om te profiteren van de ineenstorting van het Oostblok, onder het motto dat het tijdperk van de vrije wereldmarkt was aangebroken. De droom van ‘proletariërs aller landen, verenigt u’ ging definitief in rook op en voornoemde nieuwe ‘orde’ van samen delen en gelijk opgaan werd op sterk water gezet. Eén lichtpuntje was dat – eindelijk – in het bewustzijn van een internationale voorhoede het welzijn van de aarde doorbrak als kopzorg voor de hele mensheid. (Zie de VN-conferentie van Rio in 1992.) Maar tot op de dag van vandaag  moet ‘milieu’ het per saldo afleggen tegen de ontketende wereldmarkt.

In Nederland was OS niet de minste veer die de PvdA aflegde in haar ideologische uitverkoop onder aanvoering van de gewezen vakbondsleider Kok. In 1998 mocht de partij nog één keer een minister leveren voor OS, maar die bleek – in tegenstelling tot haar voorganger Pronk – niet in staat een buitenparlementaire beweging aan zich te binden. De nederlaag in de verkiezingen van 2002 kwam niet als een verrassing en zorgde dat de partij vervolgens tien jaar lang een toontje lager zong.

In 2012 dook ze weer op, als willige partner van de VVD na de  eerste proeve van bekwaamheid van Mark Rutte op het hoogste niveau, met het CDA en de PVV. Dat was de genadeklap voor OS als afzonderlijk beleidsterrein, want onder een en dezelfde minister werd het gekoppeld aan buitenlandse handel en Lilianne Ploumen (ja, de huidige partijleider van de PvdA) was niet te beroerd om daarvoor op te draaien. Zo was de cirkel weer rond, als je bedenkt dat in het prille begin – na de collectieve deconfiture in Indonesië – juist het bedrijfsleven voorvechter was van ‘ontwikkelingshulp’. En in het derde kabinet-Rutte nam D66 gewoon die rol van de PvdA over. Geen haan die ernaar kraaide.

In Vice Versa, een blad uit de goeie oude tijd, noemt een hoogleraar uit Nijmegen deze maand OS ‘een soort kerstboom’ waar door Jan en alleman steeds meer toeters en bellen aan worden gehangen. Maar met een sterke minister, slimme ambtenaren en meer beleidscoherentie ziet hij nog wel kansen om ‘armoede en ongelijkheid structureel te verminderen’. Was de uitslag van de voorbije Kamerverkiezingen dan niet duidelijk genoeg? 

Partijen die OS altijd al een speeltje van ‘links’ vonden en nieuwe loten van het populisme vormen de overgrote meerderheid aan het Binnenhof. In plaats van daaromheen te draaien kun je beter je verlies nemen en kijken hoe het zo ver gekomen is. Wat is er over van de internationale solidariteit, waarvan de VN met hun ‘universeel’ geachte mensenrechten ooit de belichaming waren? Zijn supranationale structuren die de collectieve zelfzucht op nationaal niveau overstijgen dan toch een brug te ver en vallen we ongemerkt terug op traditionele liefdadigheid en vrijblijvend mooi weer spelen?

De manier waarop de wereld reageerde en nog altijd worstelt met  Covid-19 voorspelt in ieder geval weinig goeds. Het lijkt een detail, maar de harde grappen die al gauw in Nederland werden gemaakt over het gebrek aan internationale samenwerking in de bestrijding van het virus en met name de distributie van vaccins, waren in mijn oren geen dingetje. Want niemand stoorde zich eraan. Zelfs degenen die de laatste tijd permanent verontwaardigd zijn over discriminatie in eigen land vonden blijkbaar dat de miljoenen slachtoffers in verpauperde landen het allemaal aan zichzelf te danken hadden en dat onze overheid er goed aan deed slechts  het vege lijf van haar eigen burgers te redden.  

Het is dus geen toeval dat OS in Nederland uit het publieke debat is verdwenen. En wie mocht denken dat het met de samenwerking tussen al die landen en naties in hun deels goed deels slecht ingerichte holen en holletjes wel meevalt, hoeft slechts één blik te slaan op de 17 Sustainable Development Goals, die op 25 september 2015 door 193 staten plechtig werden ondertekend. 

De VN hebben de afgelopen driekwart eeuw al heel wat teksten en verklaringen geproduceerd en het wereldwijde web is nog veel geduldiger dan papier ooit was, maar voorlopig is die lijst verrewegde beste hocus-pocus die ze ooit hebben verzonnen. Geheel in de trant van: als je het maar vaak genoeg zegt en je ogen hard genoeg dicht knijpt, gebeurt het vanzelf. Kosten noch moeite waren gespaard om van alle denkbare problemen in de wereld de scherpe kantjes af te slijpen, zodat niemand meer kon zien waar ze vandaan waren gekomen en waartoe ze konden leiden, laat staan of ze iets met elkaar te maken hadden en er iets viel op te lossen. Het geheel moest vooral positief klinken en mocht niemand voor het hoofd stoten. Het resultaat is een opstapeling van trefwoorden en clichés, zowel sustainable als development gehuld in een dikke mist en het woord vrouw(en) gewoon gemeden als de pest, nog afgezien van de onnavolgbare taalverschillen in het woordgebruik. 

Hoofdzaak is blijkbaar dat politici en ambtenaren bij alles wat ze doen en laten lekker makkelijk kunnen verwijzen naar nummers  om aannemelijk te maken dat ze goed bezig zijn. Geen wonder dat complotdenkers en andere influencers ermee aan de haal zijn gegaan. En niet alleen in het land waar Trump zijn stempel op drukte. In Nederland circuleert nu een lijst, waarop bijvoorbeeld nummer 1 van de officiële lijst (Geen armoede) veranderd is in Uitkeringsafhankelijkheid, nummer 3 (Goede gezondheid en welzijn) in Gedwongen vaccinaties, nummer 9 (Industrie, innovatie en infrastructuur) in Slavenarbeid en nummer 13 (Klimaatactie) in Energie op rantsoen

Zo komt Jan Splinter door de pandemie!

Categorieën: Achtergronden

4 reacties

Vincent · 18 april 2021 op 8:17 am

Ja, topstuk! Helemaal mee eens. Enige puntje is dat:

“De VN hebben de afgelopen driekwart eeuw al heel wat teksten en verklaringen geproduceerd en het wereldwijde web is nog veel geduldiger dan papier ooit was, maar voorlopig is die lijst verrewegde beste hocus-pocus die ze ooit hebben verzonnen.”

Dit geldt absoluut voor veel overheden, maar tegelijkertijd hebben veel NGOs het aangegrepen om te pleiten voor verandering en fondsen te ontvangen om ‘goed te doen’. Er wordt te weinig mee gedaan, maar in principe zijn deze ‘goals’ een goed begin geweest, naar mijn inzien..

Oh en nog één puntje: ontwikkelingssamenwerking is naar mijn inzien veranderd in subsidies voor NGOs – in plaats van dat de EU direct zelf investeert in bijvoorbeeld vluchtelingenkampen, besteden ze dit uit aan lokale NGOs. Het is te weinig geld om echt grote veranderingen te bewerkstelligen, maar de structuur vind ik best aardig 🙂

    Theo Ruyter · 18 april 2021 op 4:27 pm

    Ik wilde niet te veel ineens op tafel leggen. Het hele proces sinds Rio biedt voldoende stof voor diverse proefschriften. Wat ooit de derdewereldbeweging was heeft zich in de luren laten leggen door de politiek en haar bureaucratie. En is in flarden gescheurd: een deel werd ingekapseld (ook ngo’s ja, als onderaannemers met een eigen verdienmodel), een deel ingehaald door de tijdgeest en een deel dwaalde af naar ‘rechts’. Wist je dat in de VS niet alleen de lijst van 17, maar ook de ooit zo veelbelovende Agenda 21 was gekaapt en ingepast in de strijd tegen de Great Reset. Wat dat betreft heeft ‘oud links’ al veel te lang zitten slapen.

Karel · 18 april 2021 op 8:55 am

Mooi dat je aan de kaak stelt hoe ook dit sluipenderwijs onder het tafelkleed is geveegd. Nederland is inmiddels een rechts land geworden.

    Theo Ruyter · 18 april 2021 op 4:35 pm

    Wat links (of wat daarvan over is) zou moeten voeren tot serieuzer gewetensonderzoek dan bijv. de halfslachtige excuses van Ploumen.

Geef een reactie

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.