De meest bizarre watersport waar ik me in mijn leven ooit aan heb gewaagd. Zwemmen, duiken, snorkelen, waterpolo, zeilen, kanovaren, waterskiën: ik heb ze allemaal meegekregen, al is de ene wat beter ingeslepen dan de andere. Maar dat deze ook nog voor me was weggelegd en dat hij überhaupt bestond, ontdekte ik door een volstrekt ongeplande ontmoeting met de grote promotor, onlangs op het erf van Bon Tera. In twee minuten was de zaak rond: kom dinsdagmorgen om half acht naar dat parkeerterrein, dan kun je  meerijden. 

Met twee motorboten staken we (3v/7m) Lac Bay over, in de richting van het mangrovebos op de noordelijke oever. Sinds mijn eerste stappen in de tropen hebben mangroven op mij een magnetische uitwerking. De grillige en toch elegante klauw waarmee elke boom zich in de zilte grond gekluisterd heeft en daar de voedingsstoffen uit haalt voor zijn altijdgroene, vaak meters hoge, bovenbouw. En het feit dat ze gezamenlijk, als ondoordringbaar bos,  een effectieve bescherming zijn van de kust en tegelijk toevluchtsoord voor talloze dieren, onder en boven water. 

Bij aankomst voeren we het bos binnen door een goed bevaarbaar, door bomen overkapt, riviertje met helder water. Vogels vlogen onder luid protest een stukje verderop. Maar enkele bochten later was er opeens geen doorkomen meer aan. Een recht stuk van wisselende breedte, deels modder deels schuilgaand onder troebel water. Op beide oevers werden de machtige klauwen ontsierd door kluiten roodachtige aarde… 

De boten werden vastgemaakt en, nog net niet fluitend, stapte iedereen uit. Hier heb je een spa, een zaag en een paar handschoenen. Kijk maar wat de anderen doen en ga vooral je eigen gang. Ik schuifelde naar voren, om de aanpak te bestuderen van het tweetal koplopers dat ik zojuist vanuit een ooghoek tot hun middel naar beneden had zien glijden. 

Ik voelde het gore water door de pijpen van mijn korte broek opstijgen en doordringen tot God wist waar en had vanwege de bonkige ondergrond de grootste moeite om mijn evenwicht te bewaren. Hier kopje onder gaan was het ergste dat me kon overkomen. Zodra ik had gezien hoe het tweetal plaggen maakten van de solide veenlaag alsof ze een bruidstaart aansneden, zette ik een terugtrekkende beweging in om stilletjes, hier en daar, te experimenteren met een eigen werkwijze. Staande in het water met een zaag en handen om te trekken of staande op de modder om met mijn hele lijf de spa de bodem in te krijgen, kluiten een meter van me af deponeren of met een ferme zwaai het bos in kieperen en zo voort. 

Ondertussen wilde ik vooral niet denken aan de gevaren waar mijn blote armen en en benen aan blootstonden. Gelukkig had ik een ver ziende zonnebril op die constant van mijn neus afgleed, zodat ik slechts bij toeval  een wat minder mooi schepsel van Moeder Natuur waarnam. Met mijn verstand op nul hoefde ik maar één ding te onthouden: met elk stuk grond dat ik hier weghaal wordt het kanaal in ere hersteld en een betere circulatie van het water is goed voor het bos.  

Maar ik wil best bekennen dat ik op het eind van de ochtend geen bezwaar maakte, toen de aftocht geblazen werd. Dat er nog iets zou volgen, als contrapunt in een zware symfonie, kwam niet bij me op. Dus ik stond versteld van mezelf, toen ik vijf minuten later in open zee –  windje tegen – helemaal werd schoongespoeld door hoog opspattend kristalhelder water waar ik niets voor hoefde te doen. 

Zolang dit laatste een onlosmakelijk bestanddeel is en blijft van deze wonderbaarlijke tak van sport, durf ik hem iedereen wel aan te bevelen. Al moet ik erbij zeggen – voor de mensen met een slaapprobleem – dat het na de kennismaking nog lang onrustig gebleven is in mijn bovenkamer. 

Categorieën: Blog post

0 reacties

Geef een reactie

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.