Als de zorg – in medische zin – niet gepaard gaat met voldoende empathie, ben je als lijdend voorwerp in de aap gelogeerd. Daar ben ik de afgelopen weken meer dan ooit van doordrongen geraakt en niet alleen figuurlijk. Stap voor stap, zodat ik het aanvankelijk nauwelijks door had en ten slotte des te harder onderuit ging. 

Het begon in het begin van dit jaar, toen de poli oogheelkunde van ons ziekenhuis (Mariadal) besloot voor mij een verzoek om behandeling in te dienen bij een collegiale instelling op Aruba, het Instituto medico San Nicolas (ImSan). Na drie jaar wikken en wegen over oogaandoeningen en daaruit voortvloeiende klachten mijnerzijds, een reeks eindeloos herhaalde metingen, proeven en consulten van deskundigen van heinde  en ver, die me per saldo weinig hadden opgeleverd. 

Inzet van het verzoek aan het ImSan was een netvliesoperatie aan mijn linkeroog, waar een maculapucker was waargenomen als hoofdoorzaak van zichtsvermindering en -vervorming. Half december had ik van de poli, met de nodige aandrang, voor het eerst een schrijven van nog geen tien regels ontvangen, geadresseerd aan mijn huisarts, over de toestand van mijn ogen. Er viel voor een leek, hoe alfabeet ook, geen touw aan vast te knopen. Maar het was een tastbaar bewijs dat we op dit eiland en met dit ziekenhuis ten minste niet langer in het stenen tijdperk verkeren. 

Toen eenmaal aan het verzoek – onder voorbehoud van een wachtlijst – was voldaan, werden aan die operatie op zich dan ook niet veel woorden meer vuil gemaakt. De poli diende gewoon mijn uitzending naar Aruba in bij het filiaal van Zorg en Jeugd Caribisch Nederland (nog altijd bekend als ZVK) van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van die zijde zou ik rechtstreeks bericht krijgen, wanneer ik op het vliegveld moest verschijnen.  

Zo kwam de tweede stap: een vlucht van een half uur per  charter naar Aruba en een eerste bezoek aan het ImSan. Ik had geen idee wat dat laatste behelsde. Mij stond een poliklinische aangelegenheid te wachten, had ik begrepen, de poort in en een half uur later weer uit. Dus stelde ik me slechts een gesprek voor met de behandelende arts en een aantal afspraken over mijn aandeel in het gebeuren. Maar zo simpel was het niet. 

Twee uur wachten vanaf het door hen voorgestelde tijdstip (8.40 uur), zonder uitleg of glaasje water, was nog tot daaraan toe. ’s Lands wijs, ’s lands eer. Des te meer alert was ik, toen ik  inderdaad die arts – naar bleek van Colombiaanse afkomst – te spreken kreeg, in het Engels, en van hem werd ik snel wijzer, al begreep ik niet alles even goed. 

Pas later die dag, in een onderhoud met de ogenschijnlijk meest gezaghebbende verpleegkundige van de afdeling, ontdekte ik dat er uitsluitend documentatie beschikbaar was in het Papiaments (4 A4’tjes) en dat ik dat zelf maar moest zien te vertalen. Daarentegen duwde ze me wel een verklaring in het Engels onder de neus, waarin de grootste risico’s van netvliesoperaties stonden opgesomd en waar ik mijn handtekening onder moest zetten. Alsof dat voor het ImSan, als bedrijf met medisch toerisme als verdienmodel, belangrijker was dan wat dan ook. 

Navraag vanuit mijn hotel leerde me dat twee onderdelen van genoemde documentatie ooit in het Engels waren vertaald: het overzicht van de soorten oogdruppels die na de operatie weken lang moesten worden toegediend en een lijst geboden en verboden die de patiënt in acht dient te nemen. Het ene sprak voor zich, het andere leek me gezien het aantal en de aard van de vereisten – nog afgezien van de kwaliteit van de vertaling – ontsproten aan een zieke geest, zodat ik me een nacht lang afvroeg of ik niet het eerste het beste lijnvliegtuig terug naar huis moest nemen. Uiteindelijk zei ik toch maar weer – met de paplepel ingegoten – ‘ook B’ en brak de dag van de operatie aan. De derde stap.

Dankzij het door ‘Bonaire’ ingehuurde lokale taxibedrijf met zo zijn eigen regels arriveerde ik – nuchter sinds tien uur van de voorbije avond – eerder bij het ziekenhuis dan al het eigen dagpersoneel. Wie het eerst komt wie het eerst maalt, was me verzekerd.

Tijdens de intakecarrousel had ik iets opgevangen over de mogelijkheid na de operatie een nachtje over te blijven en daar had ik mee ingestemd. Het leek me wel wat: eerst nog  ervaren mensen kunnen aanspreken in plaats van meteen, op mijn hotelkamer, overal  alleen voor te staan. Vandaar dat ik naar een kamertje met twee bedden en een badkamer werd gebracht, waar ik mijn spullen kon opbergen, verkleden en voorbereiden. En vandaar naar de grote zaal, waar het wachten was op het operatieteam en de anesthesist me onder narcose bracht.

Vervolgens – hoeveel uren, weken of jaren later mocht Joost weten, van zo ver kwam ik – was het allereerste dat ik gewaarwerd een hoop mensen om me heen, die me de stuipen op het lijf joeg. Ze riepen me van alles toe en zaten echt op mijn lip. Ik wilde het uitschreeuwen, maar angst weerhield me. Tot er, héél langzaam, herkenbare beelden opdoken en ik besefte dat ik nog steeds of opnieuw op die zaal lag. Vol mensen, drukte, apparaten en – dat vooral – weerzinwekkende geluiden. Het liefst was ik opgestaan en weggegaan, maar ik kon me niet bewegen en niemand kwam me helpen. 

Toen ik na verloop van tijd wel enige aandacht kreeg en zei dat ik daar weg wilde, werd me één ding glashelder. Dat ik aan de heidenen was overgeleverd en het beste weer terug in mezelf kon kruipen.

Terug in het gastenverblijf, nog suf van de verdoving en zonder iets te hebben gegeten of gedronken, werd ik een beetje achterover in een zitstand gezet, omwikkeld met een soort tuig van draden, snoeren, plakkers en knijpers en mijn rechterhand in aanraking met een knop waarop ik moest drukken om een medewerker elders in het gebouw ertoe te bewegen mij te komen helpen. Met uitspraken als Nee, aan de airco valt niets te veranderen en als u zelf geen eten hebt, moet u wachten tot vanavond. 

Bij herhaling werd slechts met grote vertraging gereageerd op knopsignalen van mijn kant en een smekend voorstel rustig te praten over de gang van zaken even zo gemakkelijk in de wind geslagen. Tot ik opeens de geest kreeg, alles losmaakte waar ik aan vastzat, voorzichtig uitstapte op weg naar de buitendeur en me in een vloeiende beweging met fladderend operatietextiel blootstelde aan een paar dames en man in burger achter bureaus, met het dringend verzoek een taxi te bellen want ik wilde met spoed terug naar mijn hotel.  

Natuurlijk kwam binnen enkele minuten de een of andere manager, poeslief, poolshoogte te nemen op mijn kamer. Meneer had hier toch zelf voor gekozen en ze hadden zich al zoveel moeite voor me getroost. Wilde ik iets drinken, eten bestellen misschien? 

Ik gaf me niet zo maar gewonnen, maar toen ik merkte dat ook hem de reden van mijn komst en de oorzaak van mijn frustratie volkomen koud lieten, koos ik eieren voor mijn geld. Ik kon beter zorgen dat ik iets fatsoenlijks te eten kreeg en als ik nu inbond, kon ik straks vast wel een pilletje voor de nacht versieren. Om tot rust te komen en op te laden voor het afrondend gesprek, om zeven uur in de ochtend, met de arts aan wie ik in de voorbije operatie mijn vertrouwen geschonken had. 

Met dat gesprek zette ik de vierde en laatste stap in een ervaring met de gezondheidszorg, die veel ingrijpender uitpakte dan ik had voorzien en me nog lang zal heugen. Schokkend  ook, omdat een wezenlijk bestanddeel van het menselijk doen en laten op het spel stond en heel wat betrokkenen om me heen zich daar nauwelijks van bewust bleken en communicatie  daarom moeilijk was, zo niet onmogelijk. 

Feitelijk zit ik er nog midden in, met een hardnekkige hoofdpijn en in onzekerheid over de uitkomst van het herstel. Maar nu ik weer thuis zit in weerwil van het vliegverbod op genoemde lijst (acht weken), heb ik naar eigen vermogen en inzicht, zoals Dr. Moreno me desgevraagd voorhield in tegenstelling tot het lees- en schrijfverbod op dezelfde lijst (vier weken met drie uitroeptekens), mijn tekstverwerker maar aangezet om met mijn beperkte zicht dit alvast op papier te krijgen.

Categorieën: Achtergronden

2 reacties

Daisy · 19 mei 2022 op 3:40 pm

dat ik jou eens zal opbellen… want dit lijkt me een weinig opbeurend verhaal… hopelijk heb je ondertussen meer positief perspectief!

    Theo Ruyter · 24 juli 2022 op 9:25 am

    Dag Daisy,
    ik heb zojuist op mijn site een reeks spamberichten ontdekt en daar sta jij ook tussen. Hebben we elkaar al gesproken sinds ik op 28 juni landde op Schiphol?
    Na mijn oogoperatie op Aruba is er zoveel gebeurd dat ik het nauwelijks kan bevatten. Ik ben overigen nog steeds van plan me in Spanje te gaan oriënteren, maar mijn ogen baren me zorgen.
    Tot spoedig via de app. Theo.

Geef een reactie

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.