Hoe is het mogelijk dat het hart van een geheel vrijwillig in de diaspora verdwenen Nederlander zoals ik plotseling sneller gaat kloppen, wanneer een willekeurige sportbeoefenaar met een zelfde paspoort de wereld in vervoering brengt of verwoede pogingen doet in die richting? Wat dat betreft is er geen betere aanleiding om mijn vaderlandsliefde weer eens tegen het licht te houden dan de Olympische Spelen.

Ga maar na: je wordt geboren in hartje Holland, ja zelfs de stad waar het ABN vandaan komt, tijdens de ontknoping van een waanzinnige wereldoorlog. Dus heel wat Olympische Spelen geleden. Vervolgens word je in dat land grootgebracht, weiger je dienst in het leger en vind je werk in Afrika. Het begin van een lange reeks bezigheden, voor eigen rekening dan wel in loondienst, in afwisselend Nederland en het buitenland. Tot je de laan uit wordt gestuurd – met AOW als doekje voor het bloeden – en genoemde diaspora overblijft om je nog enig perspectief te bieden voor de rest van je leven. 

Heb ik dan in al die tijd cumulatief zoveel vaderlandsliefde opgeslagen dat ik nu – als een hond van Pavlov – resoneer zodra ‘ze’ overzee massaal in katzwijm vallen aan de voeten van landgenoten met eremetaal, die zich hullen in de nationale driekleur en merchandise van het koningshuis, om maar te zwijgen van het volkslied over trouw aan een Spaanse vorst in de 16e eeuw? Is dat logisch, een kwestie van onvermijdelijk en aangeleerd gedrag waar ik niet te zwaar aan moet tillen, of moet ik daar consequenties aan verbinden? 

Toen ik het afgelopen jaar werd geraakt door de massa mensen die Zandvoort aan Zee oranje kleurde op weg naar het plaatselijk circuit om Max Verstappen toe te juichen, wist ik direct waar dat vandaan kwam. Het favoriete uitje van mijn vader met Pinksteren: zomerweer, een uren lange picknick in een hoog gelegen duinpan, waar je goed zicht had op de dodelijke Tarzanbocht, tegen elkaar moest schreeuwen vanwege de brullende motoren en mèt de zoute lucht het brandend rubber kon ruiken. 

Zo heb ik op het gebied van sport en andere vormen van amusement heel wat van mijn ouders meegekregen, maar dat werd vooral ingegeven door sociale en genetische factoren. Het onderscheid tussen landen en staten met daarbij horende symbolen en uitingsvormen stond daar ver vanaf. Met andere woorden: je bewonderde andere mensen op grond van hun concrete prestaties en niet omdat ze afkomstig waren uit een bepaald land met specifieke symbolen of ander uiterlijk vertoon.   

Het woord, vaderlandsliefde, klinkt mij – nog los van het seksistisch vooroordeel – in de oren als een opdracht of plicht: houden van de plaats of de grond waar je bakermat of wiegje heeft gestaan. Alsof die op zich zoveel waarde heeft dat je er trots op moet zijn en er  de nodige eigenwaarde aan kunt ontlenen. Dan is het geen grote stap meer naar de gedachtegang dat je dat afgebakend stukje aarde dankbaar dient te zijn en niet zo maar de rug mag toekeren, integendeel, bereid moet zijn je leven ervoor op het spel te zetten. 

Ten tijd van mijn formele emigratie, in 2014, meende ik afdoende argumenten te hebben om voorgoed afstand te nemen van dat type vaderlandsliefde en achtte ik me nog elastisch genoeg om een ander thuisland te vinden. Wat het laatste betreft moet ik toegeven dat ik mezelf heb overschat, maar ik zie geen aanleiding om op die argumenten terug te komen. 

Gun mij maar van tijd tot tijd de nodige sentimentaliteit aangaande dat enige, onmiskenbare, vader- en moederland. Dan zal ik de grensverleggende verrichtingen van sportief aangelegde ‘landgenoten’ op handen blijven dragen.

Categorieën: Blog post

4 reacties

Karel · 15 februari 2022 op 8:53 pm

Mooie en eerlijke tekst!! Ik heb hetzelfde, maar met de jaren geef ik steeds meer voorrang aan mijn respect voor de (winnende) sporter, waar hij/zij ook vandaan komt. We zien de beslissende race, maar staan te weinig stil bij al die trainingsarbeid. Onze nationale televisie wordt ook steeds meer gericht op de kijkcijfers; de kijkers worden goed ‘ opgenaaid’ van te voren welk goud er nu weer aankomt… worden we uitgeschakeld… dan een item hoe het komt dat we zo tegenvielen…

    Theo Ruyter · 20 februari 2022 op 4:17 am

    Dank je wel. Ik Suriname stond ik niet of nauwelijks bloot aan Nederlandse televisie. Dat scheelt een stuk. Wat me in dit geval het meest dwars zit is dat voortdurend op allerlei manieren wordt geappelleerd aan de staten waar deelnemers ‘voor uitkomen’. Zijn er dan geen Wereldspelen denkbaar die losstaan van nationale belangen?

Romeo · 1 maart 2022 op 1:44 am

Men zegt dat er een soort herwaardering van het eigene komt als je in het buitenland ben.
Ik heb in de zeven jaar dat ik Suriname ben nauwelijks de vruchten gezocht waar ik in Nederland nostalgisch van droomde.

Wat betreft sport via de tv. Misschien helpt het als je, zoals mij, 10 jaar lang niet naar de tv kijkt. Vermindert absoluut het recht van spreken maar ik zou het zo overdoen. Wat een – peace of mind- rust in de tent geeft deze onthouding. 😉

    Theo Ruyter · 8 maart 2022 op 4:15 pm

    Dag Romeo,
    Hoogstwaarschijnlijk ligt de lusthof der frei schwebende zielen niet binnen mijn bereik, althans niet tijdens dit leven. Ik kan het schrijven niet laten, wil wat ik schrijf graag delen met anderen en schuw geen enkele inspiratiebron, laat staan ‘het nieuws’. Maar ben wel voornemens later dit jaar, in de geest, weer wat meer afstand te nemen van die vermaledijde polder.

Geef een reactie

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *