Stunten met Stef

okt 1, 2020 Blog post

Op de vrijdag na Prinsjesdag zag hij zijn kans schoon. Niemand was erop bedacht. Het volk, murw van de zoveelste hittegolf, zag nog slechts de zware tijden waar  de koning in zijn Troonrede voor gewaarschuwd had en de volksvertegenwoordigers vochten, opnieuw, aan het Haagse Binnenhof elkaar de tent uit over het vluchtelingenbeleid. 

Pal vóór de wekelijkse ministerraad werd het nieuws vrijgegeven: de regering van het Koninkrijk der Nederlanden in de persoon van haar minister van buitenlandse zaken (BZ) Stef Blok heeft de Syrische president Al Assad en zijn regering rechtstreeks, per diplomatieke nota, ter verantwoording groepen vanwege grove schendingen van mensenrechten, in het bijzonder foldering, en hen gewezen op hun internationale verplichting de schendingen te beëindigen en slachtoffers volledig rechtsherstel te verschaffen. 

Het bericht moet in de hele wereld zijn ingeslagen als een bom, want het bleef oorverdovend stil. Afgezien van vage  bijval uit Berlijn of Brussel. De enige heldere reactie, met naam en toenaam, kwam van officiële Syrische zijde. Een dag later, op 19 september. Met de strekking dat de afzender met zijn aanklacht de agenda van de Verenigde Staten diende en bovendien geen poot had om op te staan, omdat hij zelf terroristen in Syrië te hulp was gekomen.  

De publieke opinie in Nederland was zo mogelijk nog verbaasder dan de rest van de mensheid. Minister Blok legde op de publieke televisie van zijn land uit dat hij zich baseerde op het antifolderverdrag van de Verenigde Naties, waarbij ook Syrië zich ooit – hoe en wanneer wist hij niet – had aangesloten. En dat het een eerste stap was in een lang proces, met als einddoel ‘het Assadregime’ voor de rechter te krijgen. Want er lag, zei hij, een schat aan bewijsmateriaal en dat mocht niet zonder gevolgen blijven. 

Einde verhaal? Zou er nog een vervolg komen? Uit welke koker was de actie – pardon demarche – eigenlijk gekomen? En wie spint er garen bij of gaan er koppen vallen?

Sinds de jaren zeventig is BZ als zelfstandig ministerschap meer en meer in de versukkeling geraakt. Aanvankelijk vooral door het verlies van Neerlands aanzien in de wereld als gevolg van de teloorgang van kolonies en overzeese gebiedsdelen, maar vervolgens ook door de manier waarop regerende coalities de functie invulden. Als een simpele wegbereider voor Nederlandse ondernemingen bijvoorbeeld, cadeautje voor bewezen (partij)diensten of springplank voor persoonlijke ambities in plaats van een veelomvattende bijdrage aan een sterke internationale gemeenschap.

Vandaar dat bepaalde ministers zich vooral hebben gemanifesteerd als loopjongen van de minister-president of speelbal van de eigen ambtelijke top. Het waren ook, niet toevallig, allemaal mannen en als die van huis uit een hol vat zijn zonder het zelf te weten, kun je de vreemdste dingen verwachten. Zoals bij de voorganger van Blok, Halbe Zijlstra, die zich in zijn fantasie al een glansrol op het wereldtoneel had toebedacht vóór hij door Rutte tot het ambt geroepen werd. Maar die viel al gauw door de mand.

Dat de premier vervolgens, in maart 2018, met Blok kwam aanzetten als vervanger, hoewel de man eigenlijk al een punt had gezet achter zijn politieke carrière, typeert de hardnekkige laatdunkendheid ten aanzien van de portefeuille in de Nederlandse politiek. Weer een trouwe partijganger, gepokt in het bedrijfsleven (ABN AMRO), erkend als cultuurbarbaar, maar nooit betrapt op een originele gedachte laat staan op een eigen overtuiging over zoiets als internationale betrekkingen.

Het dreigde al in het begin mis te gaan, toen Blok de open deur van Suriname als failing state intrapte en – bij wijze van spuit elf – de multi-etnische samenleving op de korrel nam. Sindsdien zingt hij klaarblijkelijk een toontje lager of wordt het zingen hem belet, want hij is me niet meer opgevallen. Terwijl hij vele werkbezoeken aan andere landen bracht en buitenlandse gasten elkaar opvolgden. 

Zelfs toen het land de afgelopen zomer vierkant verdeeld was over de opvang van kinderen uit vluchtelingenkampen  op Griekse eilanden en in de nacht van 8 op 9 september een van die kampen in vlammen opging, was de minister in geen velden of wegen te bekennen. 

En nu dan out of the blue diplomatiek verontwaardigd zijn – en dat van de daken schreeuwen – vanwege ‘vreselijke misdrijven’ in Syrië door toedoen of met instemming van de zich wettig noemende regering tijdens een jaren lange burgeroorlog, waarin ook Nederland zijn partijtje meeblies. Alsof Stef Blok, zijn handen wassend in onschuld, van in den hoge geroepen is orde op zaken te stellen.

Of zag de minister slechts de verkiezingen in maart  dichterbij komen en vreesde hij de vergetelheid die zijn meeste voorgangers ten deel was gevallen? Een beetje politicus kan niet zonder een stunt op zijn tijd en als die niets uithaalt, heb je altijd de stunt nog. 

Eén gedachte over “Stunten met Stef”
  1. Mooie blog weer Theo! Het was me ook opgevallen. Inderdaad stukje: “ik ben er ook nog hoor”!
    Het viel me op dat je het twee keer over ‘folderen’ hebt, waarschijnlijk een slachtoffer van de spellingcontrole? Ik dacht even dat Blok had geprotesteerd tegen hun folderbeleid, wellicht iets met ‘ja-nee-stickers’. Maar het ging je om het folteren, wilde ik je even laten weten. Met veel waardering en hartelijke groet, Karel van Grondelle

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *