Er was eens een land, hier ver vandaan, waar achterklap en kinnesinne voorkwamen tot in de beste kringen en de samenleving van tijd tot tijd in rep en roer brachten. Vooral in de maand waarin jaarlijks het sein zonnesteek gegeven werd. Een beter excuus om binnen te blijven en je op de klanken van de airco stierlijk te vervelen was er niet. Elke aanleiding was goed genoeg om helemaal los te gaan. 

Zoals die ene keer dat een politicus van de oppositie out of the blue het landsbestuur beschuldigde van ‘omkoping van de pers’. Een briljante ingeving, want iedereen wist wat omkoping betekende en had daar de pest aan, ook al speelde je het spelletje mee. En ‘pers’, ach daar kon je met de pet naar gooien. Succes verzekerd. 

Wat was het geval? 

Het landsbestuur had er na de verkiezingen van dat jaar echt zin in. Aan voornemens en plannen geen gebrek en die wil je natuurlijk delen met de onderdanen. Maar daar zijn goede voorlichters voor nodig en de afdeling communicatie – huh?- was al jaren huilen met de pet op.  

Dus waarom zou je niet, voorlopig, mensen van buiten kunnen aantrekken, die begrijpen wat je wilt en in staat zijn dat aan de man te brengen? Mensen die al langere tijd aan de weg timmeren en, afgezien van enige taalbeheersing, beschikken over een uitgebreid netwerk. 

Zo kwamen weldra twee kandidaten in beeld en omdat het bestuur snel resultaten wilde zien, kregen die een aanbod dat ze niet konden weigeren. Maar helaas, voordat hun medewerking, zoals die van andere leveranciers van goederen en diensten, formeel geregeld was, lag ze al op straat. Gelekt, door een onbekende.  

De politicus, in de nobele rol van klokkenluider, gooide de twee op één hoop met ‘de pers’ en hoewel het bestuur gewaagde van ‘tekstschrijvers’, veranderde hij dat in ‘journalisten’. Terwijl hij kon weten of tenminste op zijn vingers natellen dat het ging om notoire schnabbelaars, die gewend zijn meerdere heren te dienen.  

De vraag of een ‘journalist’, als onafhankelijke verzamelaar en verwerker van informatie, ook werk mag verrichten voor een bij uitstek commerciële of politieke opdrachtgever, was aan hem niet besteed. Hij had de benaming journalist gewoon nodig om zijn beschuldiging van corruptie aannemelijk te maken. 

Hoe dit seizoenschandaal is afgelopen?

Het parlement waar de politicus deel van uitmaakte, riep het landsbestuur op het matje om verantwoording af te leggen. Maar voordat die plechtigheid kon plaatsvinden, haalde het bestuur bakzeil. 

De twee kandidaat-tekstschrijvers werden de laan uitgestuurd en hun honoraria niet aan de landsbegroting toegevoegd. Het bestuur sprak van ‘intrekking van het besluit’ en wel ‘na advies van de betrokken externe partijen’. 

Die ‘partijen’ waren er overigens niet rouwig om. De ene hield de eer aan zichzelf en gooide de deur van zijn goed lopende winkel in het slot. Hij ging het kalmer aan doen. En zijn collega waste, op de willige site van een klant, de handen in onschuld en ging door waar hij gebleven was.   

De politicus was best tevreden. Zijn naam was van mond tot mond gegaan. Op naar de volgende ronde.    

Categorieën: Blog post

0 reacties

Geef een reactie

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.