De meest indrukwekkende én heilzame ervaring op mijn nieuwe woonplek tot nu toe is de permanente stilte om me heen. In het begin overwoog ik zelfs de airco op mijn slaapkamer – de enige in huis – uit te laten om er nog langer van te genieten. Nu weet ik dat ze er altijd is. Net als water in de kraan: beschikbaar op elk gewenst moment.

Neem dit tijdstip: half twaalf, midden op de (werk)dag. Ik woon niet in een hutje op de hei of een villa op een uitgestrekt landgoed. Andere (gelijkvloerse) huizen om me heen zijn ook bewoond, maar ik hoor niemand. Op de doorgaande weg naar het zuiden slechts af en toe een motorvoertuig. Geluiden van dingen en dieren voeren de boventoon: de ruis van takken en bladeren, het kreunen van tuinhekjes en andere maaksels onder de oostenwind, de druppels die van het dak op het grind vallen na een felle bui en, vooral, al die vreemde uitlatingen van vogels overal.

Niet dat stilte, als de afwezigheid van uitgesproken menselijke geluiden,  me vreemd was, integendeel. Maar dat ze alsmaar kon voortduren en ik er zelf zo weinig voor hoefde te doen, heeft me aangenaam verrast.

In Suriname was stilte meer uitzondering dan regel. Gelukkig heb ik er óók, ver weg op een eilandje in de Surinamerivier, het schuchter ontwaken van de vogels bij het krieken van de dag meegemaakt en mijn adem een paar keer ingehouden in het bijzijn van een zwoegende zeeschildpad, onder de sterrenhemel van Braamspunt.

Maar regel was de kaarsrechte, drempelloze straat aan de rand van de binnenstad, waar ik soms midden in de nacht op het balkon ging zitten om me ervan te overtuigen dat stilte zich niet helemáál uit mijn  leven had teruggetrokken. Langs razende auto’s en brommers, privéluidsprekers van alle kanten, hangjongeren, scheldpartijen, motorkapfeestjes voor de deur en dakloze honden: alles ging met lawaai gepaard. Alsof het leven ervan afhing.

Natuurlijk horen geluiden bij het leven en kun je moeilijk sámenleven zonder elkaar te horen, tenzij je onverhoopt stokdoof bent. Maar je kunt wel onderscheid maken tussen geluiden die nuttig en onvermijdelijk zijn en overbodige of nodeloos harde geluiden die pijn doen en schade toebrengen. Wat brengt mensen ertoe, nog afgezien van de risico’s voor zichzelf, anderen ‘klereherrie’ aan te doen?

Psychologen komen in het algemeen niet veel verder dan de vaststelling dat geluidsoverlast een subjectieve aangelegenheid is. In de trant van ‘over smaak valt niet te twisten’. De een heeft er wel last van of ondervindt concrete fysieke gevolgen, de ander niet. De enkeling die wat dieper graaft komt uit bij persoonlijke behoeften en bedoelingen, variërend van boze geesten verjagen en in trance raken tot ‘de ander’ pesten en intimideren. En dan moet je maar hopen dat de betrokken samenleving beschaafd genoeg is om die belangen met elkaar te verenigen.

Als stadsmens van huis uit was ik wel gewend dat ik stilte ergens anders moest zoeken. In een weekend of op vakantie. Dus ook in Paramaribo wist ik eigenlijk niet beter dan dat je lawaai op de koop toe moest nemen. Pas nu ik niet meer automatisch de radio of een andere geluidsdrager in huis aanzet om iets anders niet te horen of te overtreffen, begrijp ik wat ik daar het meest heb gemist.

 

Categorieën: Blog post

0 reacties

Geef een reactie

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.