Opeens was het feest. Ik stond nog even ongelovig om me heen te kijken, maar de dame die van achter haar bureau een foto van me had gemaakt knikte me bemoedigend toe. Inderdaad, ze had het ding met de moeilijke naam naar me toegeschoven en ik had het aangepakt. Dus het moest wel waar zijn: het was gelukt, volbracht. Eigenlijk wist ik maar één manier om haar van mijn dankbaarheid te overtuigen, maar de dikke glasplaat werkte niet mee.

Na de voorafgaande, allesbehalve rustige, nacht had ik er een hard hoofd in. In mijn fantasie dreigden wéér Surinaamse toestanden. Ik was niet voor niets al gestruikeld over de keiharde eis van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) ten aanzien van een juridisch rechtsgeldige Verklaring omtrent het gedrag (VOG). Dat een paar ambtenaren in Paramaribo, onder het slapend oog van een  districtscommissaris, een handeltje dreven in neppe VOG’s, kon de dienaren van het Koninkrijk hier in Kralendijk namelijk niet boeien.

Met een enorme omweg heeft mijn aanvraag bij de IND van een Toelating van rechtswege op Bonaire de afgelopen maand toch nog geresulteerd in een beschikking van de Rijksdienst Caribisch Nederland. Dus ik stond al wat steviger, maar moest me vervolgens  laten schrijven bij het bevolkingsregister van het Openbaar lichaam Bonaire, om de fel begeerde identiteitskaart van het eiland – de sédula – te bemachtigen.

Dit laatste zou een fluitje van een cent zijn, was mij verzekerd. Maar bij mijn eerste bezoek bleken een paspoort en genoemde beschikking niet voldoende. Vooral de aan bepaalde documenten gekoppelde geldingsduur baarde me zorgen: moest ik nu ook dingen die ik al had opnieuw uit Nederland laten komen?

Ik had telefonisch een afspraak met Burgerzaken gemaakt en legde vanmorgen al mijn troeven op tafel. Ik vermoed dat mijn mededeling over een verhuizing, na vier jaar, van Suriname hierheen de doorslag gegeven heeft. In  ieder geval nam de zaak deze keer een wending ten goede en was ik in nog geen uur spekkoper. Een verblijfstitel voor vijf jaar à raison van USD 8,38! (De IND rekende me voor zijn beschikking 125 groene flappen.)

Als ik alles van te voren had geweten, had ik deze week zelfs al aan mijn eerste verkiezingen op Bonaire kunnen deelnemen. Helaas kwam ik de afgelopen maand nog niet in het stuk voor, toen de balans van het aantal stemgerechtigden (14.129) werd opgemaakt. Maar je moet natuurlijk niet alles ineens willen hebben.

En laten we ondertussen bij al dat, telkens en overal terugkerend, ambtelijk en politiek gedoe rondom landverhuizers, paspoorten, verblijfsvergunningen en identiteitsbewijzen vooral één ding niet vergeten: iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen. (Met dank aan Thé Lau.)

Categorieën: Blog post

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *