Van tijd tot tijd een rookgordijn leggen, zodat iedereen de weg kwijt raakt en niemand meer weet of haar neus van voren zit dan wel opzij, is voor bestuurders dé manier om niet uit het zadel te worden gewipt, althans in het Openbaar lichaam Bonaire (OLB). 

Deze zomer was het opnieuw raak. Na een jaar duimen draaien met corona als excuus was men daar namelijk op het lumineuze idee gekomen de Wereldbank te laten uitzoeken wat de gevolgen van de pandemie waren geweest en nog zouden zijn. Alsof die gerenommeerde instelling wel even te voorschijn zou toveren wat men zelf niet zag of bedenken kon.

De Europese Unie (EU) stond klaar als geldschieter, want die is gewend technische hulpaanvragen uit te besteden bij de Wereldbankgroep. Bovendien paste de aanvraag goed in bestaande programma’s voor de beoordeling en leniging van noden die zich voordoen na natuurrampen, in het bijzonder in overzeese landen en gebiedsdelen van lidstaten van de EU. 

Helaas waren de beoogde deskundigen óók getroffen door  COVID-19. Alleen al de duizenden reisbeperkingen, die  eigen veldonderzoek onmogelijk maakten. Maar geen nood, er lagen nog wel wat mallen van vergelijkbaar onderzoek en de mogelijkheden van beeldbellen en onlinevergaderingen waren legio. De lokale Kamer van Koophandel (KvK) zou  een business survey uitzetten onder zijn leden, het Wereldvoedselprogramma kon wel wat ophoesten over voedselzekerheid en particuliere huishoudens en er er lag sowieso natuurlijk een schat aan data bij dat OLB. 

Op 13 juli bracht het bestuurscollege trots het resultaat naar buiten: COVID-19 Post-Disaster Needs Assessment Bonaire/Socioeconomic Assessment March-December 2020. Er was geen woord Papiaments of Nederlands bij, behalve in voetnoten en de lijst van afkortingen. Wat je noemt internationaal vakwerk, getuige ook de vormgeving: foto’s, tabellen, figuren, opmaak, lekker dik (88 pp.), om door een ringetje te halen. 

Maar het begeleidend persbericht haalde dat ontzag direct onderuit. Door te gewagen van een eigen evaluatie van het college, toegespitst op de sectoren toerisme en logistiek, en een daarop aansluitend plan van aanpak. En door als belangrijkste bevinding voorop te stellen dat de economie van Bonaire in het coronajaar 2020 met 19,3 procent gekrompen was en dat sprake zou zijn geweest van 36,2 procent, als de centrale overheid geen financiële steun had verleend. Asjeblieft, was dat geen wereldnieuws?!

De concrete overige bevindingen bleven in de lucht hangen. Wel werden twee gedeputeerden van het college, Thielman en Den Heyer, een senior country officer bij de Wereldbank  (Baechli) en directeur Kirindongo van de KvK ‘geciteerd’ met gebakken lucht over het belang van hun rapport in het algemeen en de ernst van het virus in het bijzonder. 

Overigens komt bij lezing de aap al gauw uit de mouw: in de Executive Summary (pp. 5-11), waar onder de vlag Recommendation de 28 grootste interesses van het huidig  bestuur op een rij zijn gezet en zodanig dat er geen touw aan vast te knopen is. Misschien is dat heel praktisch voor de bestuurders zelf en hun ambtenaren in het voortdurend overleg met allerlei geldschieters, maar aanbevelingen van onafhankelijke onderzoekers aan het adres van een overheid die fatsoenlijk beleid moet maken zijn naar mijn smaak een koekje van heel ander deeg.  

Dat voorlichters hun medewerking verlenen, wanneer hun baas een rookgordijn wil leggen, kan ik me nog voorstellen. Niet iedereen is als klokkenluider in de wieg gelegd. Maar dat deskundigen van buiten zich daarvoor lenen, vind ik moeilijker te verteren. Hier worden gewoon knollen voor citroenen verkocht. 

Zo schaart ook dit rapport zich in het exponentieel groeiend aantal spookrapporten, die slechts passen in het verdienmodel van samenstellers en vormgevers. Ze zetten geen zoden aan de dijk en hoeven ook niet gelezen te worden, zolang ze maar bestaan – ergens op het internet – tot meerdere eer en glorie van machthebbers die maling hebben aan hun onderdanen.

Categorieën: Blog post

0 reacties

Geef een reactie

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.