Na de bestseller Congo (2010) heeft David van Reybrouck met Revolusi opnieuw een sterk staaltje van speurzin en verbeeldingskracht ten beste gegeven. De bibliografie alleen al, met ruim 600 titels, tovert een hele bibliotheek te voorschijn en tel daar dan de interviews met ooggetuigen bij op, die een groot deel van het notenapparaat (1388) in beslag nemen. De vervlechting van die twee soorten bronnen heeft een meeslepend, verrassend, confronterend maar ook ontroerend verhaal opgeleverd over de grootste kolonie die het samenraapsel van Lage Landen aan de Noordzee, Nederland geheten, er ooit op na heeft gehouden.

De titel slaat op wat steeds meer historici de Indonesische revolutie zijn gaan noemen, naar analogie van de Franse, Russische en Chinese. Niet zo zeer vanwege de manier waarop ze zich heeft voltrokken als wel vanwege de grote invloed de ze heeft gehad op andere landen en volken waar het Europees kolonialisme nog hoogtij vierde. 

Ze kwam niet als een donderslag bij heldere hemel, maar ontkiemde al – zonder ophef – in het tweede decennium van de afgelopen eeuw, kende verschillende fasen en momenten van terugval of versnelling en kreeg na de tweede wereldoorlog haar beslag in een reeks explosies van geweld. Slotakkoord was de soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949 in het Paleis op de Dam in Amsterdam, waarmee Nederland afstand deed van heel Nederlands-Indië met uitzondering van Nieuw-Guinea. 

Inmiddels had Indonesië zich genesteld in de voorhoede van het internationaal verzet tegen het kolonialisme, sinds enkele nationalisten van het eerste uur onder wie de latere president Soekarno de Japanse capitulatie in augustus 1945 aangrepen om de onafhankelijkheid uit te roepen en de rood-witte vlag van hun nieuwe republiek te hijsen. De wereld was op dat moment volop in beweging, de koude oorlog moest nog worden uitgevonden en de Verenigde Naties stonden in de kinderschoenen, maar met die Proklamasi was de toon gezet. 

Aanvankelijk wilden de Britten en Amerikanen best meewerken aan een doorstart van Nederland als kolonisator, maar binnen een paar jaar was er geen houden meer aan. Het begrip voor het verzet tegen het koloniaal gezag kwam te laat en door de manier waarop dat in diverse onderhandelingen met de andere hand probeerde terug te pakken wat het met de ene had weggegeven, vervreemdde het zich zelfs van zijn beste vrienden. Tot uiteindelijk één conclusie overbleef: de parel van het Koninkrijk is roemloos ten onder gegaan.

Niet de minst belangrijke reden waarom Indonesië alom bewondering afdwong was overigens de staatsleer van de Pancasila (vijf zuilen), die Soekarno kort voor de Proklamasi had gelanceerd om de telkens opspelende politieke tegenstellingen in eigen land te overbruggen. Een synthese van oosters en westers denken, waarmee hij ook later als wereldleider voor de dag kon komen. Wat dat betreft beleefde hij – en met hem Indonesië – zijn finest hour tijdens de Azië-Afrika Conferentie van Bandung in 1955. En niet toevallig werd hij vervolgens ook een van de oprichters van de beweging van niet-gebonden landen (Belgrado,1961).

Naast de herwaardering van Indonesië als hedendaagse natiestaat moet Van Reybrouck zich met dit boek ook als doel hebben gesteld af te rekenen met Nederland als kolonisator. Helaas speelt hij in dat opzicht geen open kaart met zijn lezers (zie p. 17), maar als er één woord was dat zich keer op keer bij me opdrong is het wel requisitoir. En toen ik ontdekte dat in het hele boek slechts één keer –  laat (p. 507) en terloops – het woord beschavingsmissie was gevallen, viel mijn frank en kon ik de aanklacht gemakkelijk samenvatten: als staatkundige eenheid is Nederland nooit meer geweest dan een kolonisator tegen wil en dank. 

Blijvende gebiedsuitbreiding was niet de drijfveer, financieel gewin des te meer. Vandaar dat het zo vaak en zo gemakkelijk afstand nam van overzeese gebiedsdelen: zodra er geld bij moest, of elders meer te verdienen viel, was het weg wezen geblazen. En omdat er in dat eilandenrijk in Zuidoost-Azië per toeval zoveel te halen was, werd daar het ene verdienmodel voor het andere ingeruild en ontstond op den duur de neiging een meer complete en bestendige kolonie in te richten.  Waarbij dwang en geweld niet werden geschuwd. 

Voor andere beweegredenen dan het financieel gewin, die ook in de Nederlands variant van het kolonialisme een rol hebben gespeeld, is in dit boek geen plaats. Vanuit dat oogpunt hoop ik dat het de opmaat vormt tot een nog meer omvattende studie, waarin andere Europese staten die in de voetsporen van Columbus zijn getreden, even grondig de maat wordt genomen. Al was het maar om overeenkomsten en verschillen te zien en hedendaagse verschijnselen in zowel voormalige kolonies als hun moederlanden beter te begrijpen.

Categorieën: Blog post

5 reacties

Vincent · 9 februari 2021 op 12:57 am

Sterk geschreven weer Theo!

    Theo Ruyter · 10 februari 2021 op 6:37 pm

    Dank je wel!

Karel · 10 februari 2021 op 9:42 am

Ik las Revolusi ook en was geschokt hoe weinig wij er als Nederlanders van af weten. In onze geschiedenisboekjes niets van dit alles, dat nu door Belg zo prachtig wordt blootgelegd. En ja inderdaad, door opportunisme, geld gedreven.

    Theo Ruyter · 10 februari 2021 op 6:36 pm

    Dank je wel!

Karel · 10 februari 2021 op 9:46 am

Nb Vormt het de opmaat voor een boek over ruim 300 jaar kolonisme in Suriname Theo?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *