Als er één vondst is van het verongelukte derde kabinet-Rutte die wèl een schoonheidsprijs verdient, dan is het de rijksknuffel die werd ingezet om het volk af te leiden en te verzoenen met zijn lot. Haar toon, dictie, oogopslag, kapsel, gebit, make-up, garderobe, sieraden, hélemaal om in een doosje te doen, zoals Annie M.G. Schmidt al dichtte op haar vooruitziende wijze. 

In het heetst van de politieke strijd was ze er opeens, op alle televisiekanalen die enig gewicht in de schaal leggen. Waar de baas van het land haar had opgeduikeld, wist niemand precies. Al wilde een hardnekkig gerucht dat het ging om een onderhands geschenk van de Amerikaanse president, dat hij sinds zijn bezoek aan het Witte Huis in het Torentje verborgen hield ‘tot de tijd rijp zou zijn’. 

Haar naam was Alexandra Carla van Huffelen en haar officiële functie staatssecretaris van financiën voor de portefeuille toeslagen en douane. Ze sprak de kijkers graag aan met ‘Beste ouders’ en kon alles zó mooi uitleggen. Vooral die ene keer, toen ze zei: “Ik wil echt eerlijk tegen u zijn.” Dat maakte diepe indruk in de meest uiteenlopende kringen. Volgens velen werd daarmee de grondslag gelegd voor de doorstart van de oude coalitie, die de afgelopen week zijn beslag kreeg.

Geen wonder dat Rutte als zegevierend staatsman graag zijn knuffel mèt de andere 28 door hem uitverkoren dames en heren op de bordesfoto had gezien. In haar grijsgroene leren jurkjas mèt rozet en beige knielaarzen. Niet alleen als blijk van dank voor bewezen diensten, maar ook om het electoraat eens en voor altijd in te prenten dat het rijk politici en ambtenaren liever niet nadraagt dat ze in functie de beest hebben uitgehangen. Maar die bui zagen de dames in de ministerraad wel hangen en werd gemakkelijk omzeild, met dank aan de coronaregels. 

De taken die Van Huffelen zijn toebedeeld in het nieuwe kabinet, afgezien van haar knuffelfunctie, liegen er overigens niet om. De formele  aanduiding van haar post is staatssecretaris voor  Koninkrijksrelaties en Digitalisering, onder de vlag van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). In de volledige functieomschrijving worden maar liefst zeven taken onderscheiden, waar koninkrijksrelaties er een van is. 

Hoe digitalisering vooropstaat in haar portefeuille blijkt wel uit het feit dat ze zich in het buitenland Minister voor Digitalisering mag noemen. Tekenend was de reactie op de journalistieke vraag na haar benoeming, of ze iets had met de landen en openbare lichamen van het rijk aan de overzijde van de oceaan. Nee dus, maar ze zou er binnenkort werk van maken. 

Ondertussen heeft ze zich in woord en beeld drietalig voorgesteld aan de onderdanen op de eilanden, als een schattig meisje op de dag van haar Eerste Communie. O, wat zag ze ernaar uit om hen   ook fysiek te kunnen ontmoeten! Maar het zal zo’n vaart niet lopen, integendeel. De Tweede Kamercommissie voor Koninkrijksrelaties moet op zoek naar een nieuwe voorzitter, laat in het midden wanneer ze met de staatssecretaris voor het eerst gaat praten over de drie andere landen (Curaçao, Aruba en Sint Maarten) en heeft het eerste overleg over Caribisch Nederland (de drie openbare lichamen) al uitgesteld tot 23 februari.

Dus de vreugdevuren die hier en daar al werden ontstoken, lijken me nogal voorbarig. Veeleer ziet het ernaar uit dat we gezamenlijk van de regen in de drup zijn geraakt. De urgentie die  nog enigszins tot uiting kwam in de recente Kamerbrief van haar voorganger Knops naar aanleiding van de geruchtmakende motie-Koekkoek, is al weer verdampt. 

Zolang hier niet de pleuris uitbreekt, blijft de West voor Den Haag een quantité négligeable, zo niet de risée van het rijk, al heet het tegenwoordig ‘ongemakkelijk’ om dat toe te geven. Tenzij – je weet maar nooit – een van die mannen op het pluche in deze contreien plotseling bedenkt dat zijn geliefde (ei)land ook recht kan doen gelden op zo’n rijksknuffel. Dan kan het nog leuk worden.

Categorieën: Blog post

0 reacties

Geef een reactie

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.