Binnen één week, ruim vóór het vermoede begin van de echte regentijd, kwam de hoofdstad twee keer voor minstens de helft onder water te staan, zonder dat ergens iemand aan de bel trok. Beide keren voltrok het schouwspel zich voornamelijk tussen zonsonder- en zonsopgang en was het ergste leed al geleden, toen zo ongeveer het enige medium dat niet zit te slapen op zon- en feestdagen melding maakte van een ‘storing’. Met de plichtmatige  foto van een willekeurig stuk ondergelopen asfalt, als doekje voor het bloeden.

Ik weet heel zeker dat de republiek over een meteorologische afdeling beschikt en tamelijk zeker dat nog het afgelopen jaar een innig tevreden en dankbaar hoofd sprak van de aanschaf – of donatie, daar wil ik vanaf wezen – van state-of-the-artapparatuur, zodat hij en zijn toegewijde kompanen nog beter het volk zouden kunnen dienen. En toch, toch zijn de weersvooruitzichten nog altijd een van de best bewaarde publieke geheimen.

 

Waarom komt verdomme het weer hier dag in dag uit ook figuurlijk uit de lucht vallen? Een storing van deze omvang kunnen ze toch best zien aankomen? Dan  kun je daar als burger tenminste rekening mee houden? En loopt de zaak misschien een keertje niet helemaal in de soep. Of willen ze aan de top de tere zieltjes van hun onderdanen  niet belasten met preventieve informatie? Zeker omdat ze het toch al zo zwaar hebben…

Mijn monoloog stokte, want het was naast me akelig stil gebleven en ik had toch wel een béétje bijval verwacht.

Het was midden in de nacht, de tweede noodlottige nacht na die van het paasweekeinde. Het aanhoudend mitrailleurvuur in de lange voorgaande uren op het golfplatendak en andere mikpunten op gehoorsafstand had me niet onberoerd gelaten. Natuurlijk – ik zag het voor me – waren de goten in de straat wéér verstopt en stroomde  het water gestaag onder het hek door het erf op en, door de kier onder de voordeur, de hal binnen.

De afgelopen avond droop het water al van de beeldbuis, want het was feest in de stad: de voorlaatste dag van de onuitroeibare Avondvierdaagse. Met als boodschap voor dit jaar dat het best gezellig is om fit te zijn en als sponsors de meest foute bedrijven die je je in dat verband kunt voorstellen. Allicht, dan moet koste wat het kost de show go on, al is het Singing in the rain.

“Zo moet je niet denken,” klonk uiteindelijk de voorzichtige stem van mijn vriendin.

“O nee? Hoe moet het dan wel? Meehuilen met het boegbeeld van de zelfgerepatrieerde zonen van het land, je weet wel die regisseur die tegenwoordig vindt dat denken niets oplost? Laat mij dan nog maar even dóórdenken.”

“Maar ik ben er toch ook nog.”

 

 

 

Categorieën: Blog post

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *