Het is zondagmorgen, de nieuwe dag verjaagt op brute wijze alle geuren en kleuren die de slaap in petto had. Met veel moeite, mijn ogen stijf dicht, kan ik hem nog iets ontfutselen… Het decor van een paar verdiepingen, steigers, trappetjes en overlopen. En het gevoel dat ik meelift met de camera die nogmaals zal bewijzen dat ze echt bestaat.  

Geen wonder dat ik lag te malen. Het was gisteren zó anders, met al die mensen op elkaars lip en de onrust op de vloer. Geen relaxte cameravoering, standaardinstellingen en vaste shots, zodat ik telkens voorvoelde wanneer ze in mijn blikveld zou opduiken en ik super gefocust moest zijn. 

Het is dit jaar mijn absolute favoriet: een wekelijks programma over kunst en samenleving bij de meest succesvolle televisiezender van Nederland (NPO1), op zaterdagavond, dus voor het breedst denkbare publiek. Met een zieke bigband die zijn hand nergens voor omdraait en daar zit zij bij! 

Bedenker is een eeuwig jonge televisiemaker met blonde manen, die eerder vijftien seizoenen lang een eigen dagelijks programma had en op het hoogtepunt van zijn roem, in februari van het afgelopen jaar, besloot te stoppen. Maar niet zonder de afspraak met de omroepbazen dat hij tijd èn geld zou krijgen voor iets nieuws, zonder voorwaarden vooraf. 

In de eindfase van zijn vorig programma kreeg hij nog net de uitbraak van het coronavirus voor zijn kiezen, zodat hij hogere kijkcijfers scoorde dan ooit maar van een feestelijk afscheid geen sprake kon zijn. En daarna, vanaf april, werd al gauw duidelijk dat ook voor de televisiewereld het coronaleed voorlopig niet geleden zou zijn. 

Met veel vijven en zessen lukte het de zender nog net, op oudejaarsavond, een generale repetitie op het scherm te brengen om de fans een hart onder de riem te steken. Inmiddels heeft het programma al weer vijftien afleveringen achter de rug en moet er heel wat gebeuren, wil ik een keer overslaan. 

Niet dat ik meteen voor haar gevallen ben. Het begon met de incidentele verschijning van haar contouren in een hoek van het scherm op het laagste niveau van het decor, achter het hoofd van de gastheer aan de gesprekstafel bijvoorbeeld. Daarvoor in de plaats kwam al gauw, veel dichterbij, de buste van een zittende vrouw met sprekende ogen, opgestoken haar en topje onder een donker colbert, die roerloos als Cleopatra voor zich uitkeek. 

Ik begon te betwijfelen of ze werkelijk bij die bigband hoorde, want wanneer die in actie moest komen zag ik bij herhaling collega’s op allerlei plekken met een instrument in de weer maar bij haar in de buurt slechts een of twee keer een keyboard, zonder dat ze daar een vinger naar uitstak. De mogelijkheid van een vermomde technicus, mislukte mannequin of omhooggevallen suppoost was mijn – en haar – eer te na. Liever las ik op haar gezicht wie ze was en wat er in haar omging. 

Onlangs betrapte ik me erop dat ik mijn oordeel over een kunstwerk, gastartiest, gesprekspartner, wat voor onderdeel van de show dan ook, opschort tot ik haar weer in beeld krijg. Een lach, grijns, frons of rimpel zegt me genoeg en ik geef haar altijd gelijk. Met een muze aan je zijde kun je bergen verzetten. 

Categorieën: Blog post

0 reacties

Geef een reactie

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.