Door de aanblik (4x) van tientallen verwachtingsvolle gezichten, in de mediatheek van een mulo-school in Paramaribo waar ik deze week gastlessen mocht geven, kreeg Moederdag voor mij – achteraf – meer reliëf dan voorgaande keren. Maar niet in positieve zin, wel als een pijnlijke manifestatie van demografische hulpeloosheid.

Weliswaar was de dame van de stichting Rumas, die zich inzet voor dropouts en zich in dat kader ook beijvert loopse mannen – en hun willige partners –  een lesje te leren, de afgelopen week volop in beeld. En ook de stichting Lobi, de eenzame landskampioen gezinsplanning en anticonceptie, liet  zich niet onbetuigd. Maar daarmee had je het wel gehad, wat de kritische noten betreft.

De zieltogende dagbladen bloeiden even op door de golf reclame voor zaken waar moeders naar snakken, Apintie organiseerde de gebruikelijke live-uitzending waarin door publiek genomineerde ‘moeders die het verdienen en het heel hard nodig hebben’ verrassingspakketten kregen aangeboden, Heintje schalde met zijn Mama en Gert Timmerman met Een moederhart een gouden hart (of andersom) door de straten en eendrachtig smeerden politici en kerkleiders er nog een extra laag fondant overheen.

In een land waar ‘voorkinderen’ tot het cultureel erfgoed behoren, waar tieners een baby willen als statussymbool, waar mannen nakomelingen verzamelen zoals jagers trofeeën en kleine meisjes bedeltjes voor hun armband, waar eenoudergezinnen eerder de  norm zijn dan de uitzondering, waar abortus niet alleen verboden maar ook nauwelijks een punt van discussie is, waar starre opvattingen over seksualiteit en man-vrouwverhoudingen tot allerlei misstanden en schandalen leiden en waar geen van de vele kerken werk maakt van bevolkingsbeleid met het oog op een betere kwaliteit van leven voor iedereen.

Kinderen vallen als manna uit de hemel, alsof mensen niets anders te doen staat dan zich voort te planten. Ongeacht de persoonlijke bestaansmiddelen en –mogelijkheden. Wanneer het dan spaak loopt met al dat nageslacht, worden de gevolgen gedachteloos afgewenteld op de wereldse overheid en als die in gebreke blijft, neergelegd bij kerken en bedrijven met hun baatzuchtige liefdadigheid.

Maar die overheid weerspiegelt, helaas, de samenleving en laat blijken evenmin een idee te hebben van wat ze in de gegeven demografische situatie moet of zou kunnen doen. Sla het nationale Ontwikkelingsplan 2017-2021, waar de Assemblée zich het afgelopen jaar in verslikte, er maar op na.

De enige aanzetten die iets weg hebben van bevolkingspolitiek onder het  bewind van Baas B. zijn de golfjes buitenlanders die af en toe, als de betrokkenen erg aandringen, worden genaturaliseerd en de halfslachtige oproep,  ruim een jaar geleden, aan mensen met Surinaamse voorouders en een buitenlands paspoort zich te melden en aan te geven, in welke sector ze hier zouden willen werken.

Zou er iets van het voorgaande in de koppen vóór me zijn doorgedrongen en opgeslagen, vroeg ik me af tijdens de voornoemde lessen. Beseffen ze dat de jeugdwerkeloosheid gedoemd is te stijgen? Dat de kwaliteit van het onderwijs en andere sociale voorzieningen zoals de gezondheidszorg en het openbaar vervoer er niet op vooruit zal gaan en dat zelfstandige huisvesting voor jonge volwassenen nu al een schaars goed is?  Zijn ze opgewassen tegen al die onverbeterlijk autoritaire volwassenen, die bij voorkeur leven in het verleden en die hun kroost constant inprenten hoe het moet denken over zichzelf, zijn familie, het eigen land en de wenkende maar angstaanjagende buitenwereld?

In elke klas heb ik gevraagd wie een uitgesproken hekel heeft aan lezen. “Kom er gerust voor uit, ik ben wel wat gewend!” Het gemiddeld aantal vingers was nauwelijks drie. Waarvan akte!

Categorieën: Blog post

1 reactie

Jaap Booij · 18 mei 2018 op 1:33 pm

Theo, wat een goed geschreven stuk. Wederom de bekende spijker op zijn kop geslagen. Hebben ze je nooit bedreigd of met sancties bedreigd ?

Geef een reactie

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.