Op 16 februari verspreidde het Openbaar lichaam Bonaire (OLB) een staatsiefoto van zes heren en een dame, coronabestendig neergezet op het smetteloos bordes van een   gemeentehuis stralend in de tropenzon, om de wereld te attenderen op ‘het zesde bestuursakkoordoverleg’. Tegelijk met een communiqué, dat diende als ‘voortgangsrapport’ waarover in een persconferentie vragen konden worden gesteld. 

Een memorabele dag, want al wat ook maar enigszins ‘politiek’ is pleegt zich op Bonaire af te spelen in achterkamertjes. Openbaarheid van bestuur wordt niet eens beleden, laat staan dat ernaar wordt gehandeld. En dat geldt evenzeer voor het OLB met zijn bestuurscollege onder leiding van gezaghebber Edison Rijna en diens 400 ambtenaren als voor de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN), waar tientallen takken en twijgen van de overzeese centrale overheid zich onledig houden en rijksvertegenwoordiger Jan Helmond de lakens uitdeelt.

Genoemd ‘bestuursakkoord’ werd in november 2018 door het OLB aangegaan met het Rijk voor een periode van vier jaar, met het doel ten aanzien van negen beleidsprioriteiten gezamenlijk vooruitgang te boeken. Financieel beheer was de kapstok, omdat het lokaal bestuur al zo vaak op dat punt tekort was geschoten met alle gevolgen van dien voor het overig beleid. De uitvoering van het akkoord werd toevertrouwd aan programmamanager Danny Rojer, die zijn sporen had verdiend in het plaatselijk ziekenhuis en bekend stond als niet op zijn mondje gevallen. 

Na zijn benoeming ging Rojer evenwel uit als een nachtkaars. Aanvankelijk meende ik nog dat hij zijn eigen redenen had om alle publiciteit te mijden, maar toen ik hem – in coronatijd – terugvond als manager van de teststraat en hij zelfs op LinkedIn verstoppertje speelde, begreep ik dat er meer aan de hand was. Tot zijn coming out de afgelopen maand, hand in hand met de gezaghebber. 

Dat de heren eindelijk, na twee jaar, in hun kaarten lieten kijken,  was niet eens zó verrassend. De doofpotten en gedempte putten zitten al boordevol. De manier waarop des te meer. Nog nooit heb ik het bevoegd gezag hier zo diep in het stof zien bijten. Er werden nog wel wát doekjes om gewonden – tegenslagen, digitalisering, vacante topfuncties, inhaalslagen – maar de kernboodschap was zonneklaar: ja baas, we hebben gefaald, maar we gaan nu aan de slag! 

Rijna, het afgelopen jaar nog door Den Haag beloond met een tweede ambtstermijn, repte van ‘een fundering die een beetje was weggezakt en gescheurd’, maar daar gingen ze ‘een stevig huis’ op bouwen. Een slim bedoelde zet om de geldkraan open te houden? Hoe dan ook, afgezien van minimale weerklank hier in de buurt bleef zijn initiatief onopgemerkt door de media en politieke kringen die ertoe doen. Dan ben je een keer zo flink om met de billen bloot te komen en laten ze je voor aap staan! 

Het openbaar bestuur is bijna traditiegetrouw de achilleshiel van de zes eilanden. Sinds, in de jaren vijftig van de afgelopen eeuw, ’zelfbestuur’ de norm werd. Van de grotere eilanden was Bonaire op dat punt altijd het minst uitgesproken. Vandaar dat het, bij de ontmanteling van de federatie der Nederlandse Antillen in 2010 in de positie van openbaar lichaam terechtkwam.

Het bestuur is er in ieder geval niet op vooruitgegaan, integendeel. Niet alleen op het niveau van de visie en planning, maar ook in de details van de uitvoering. Denk aan die rotonde eerder dit jaar, een pronkstuk in het wegen- en verkeersbeleid, die kort voor de voltooiing niet berekend bleek op een bepaald type vrachtwagens of de grootscheepse vaccinatie tegen het coronavirus die de afgelopen, eerste, week al in de soep liep.  

Over de politieke wil als oorzaak van de aanhoudende malaise kun je nog van mening verschillen, maar het onvermogen staat als een paal boven water. Op het eerste gezicht is de beruchte aangeleerde hulpeloosheid in de post-koloniale samenleving daar debet aan.  Maar mij lijkt minstens even relevant dat ‘Caribisch Nederland’ de publieke opinie in ‘Europees Nederland’ volkomen koud laat. Laatstgenoemde ziet zichzelf niet als onderdeel van het probleem en volstaat met pappen en nathouden, zolang de eigen (consequent vaag gehouden) agenda maar geen gevaar loopt. 

Aangezien niemand, zelfs de grootste ‘nationalist’, het nog in zijn hoofd haalt aan te sturen op onafhankelijkheid, ligt het meest voor de hand dat  Den Haag de wettige integratie van het OLB in het Koninkrijk ook in de praktijk consequent tot uitdrukking brengt. Om te beginnen zou dan het volkomen  willekeurige meten met twee maten, een eufemisme voor discriminatie, voor de bijl moeten gaan. 

Ambtenaren, politici, landverhuizers en forenzen, de meeste van hen zitten nog altijd op hun hurken, leggen latten veel te laag, zien van alles door de vingers, lopen over van begrip voor ‘de eigen cultuur van de mensen hier’, ook al staat die haaks op normen en waarden in hun thuisland. Onder het motto ‘ze mogen het nu zelf bepalen’. 

Stel het OLB gewoon, zonder al die slagen om de arm, echt  gelijk met gemeenten wat het financieel toezicht en andere vormen van inspectie en controle van hogerhand betreft en met de overzeese gebiedsdelen van andere lidstaten van de Europese Unie, zodat het eveneens van Europese wet- en regelgeving kan profiteren. Erken de feitelijk segregatie op het eiland tussen Papiamentstaligen en andere bevolkingsgroepen, waardoor op het eiland makamba’s en aan de overkant  Bonairianen worden gedegradeerd tot tweederangsburgers en het eiland in z’n geheel vervreemdt van de rest van de wereld. Laat desnoods Friesland het voorbeeld zijn van hoe het ook kan. 

Zolang Den Haag geen oog heeft voor dergelijke skin in the game en met de wijsheid in pacht op zijn handen blijft zitten, is elk bestuursakkoord gedoemd te mislukken.

Categorieën: Blog post

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *