En dan roept zo’n polderprofessor doodleuk: “De regering van het Koninkrijk moet veel meer investeren in het Antilliaanse onderwijs, want dat ligt ver onder de Nederlandse norm!”

Deze maand in het Nederlandse tijdschrift Idee, uitgave van de aan D66 gelieerde Mr. Hans van Mierlo Stichting. De auteur is Geert Oostindie, directeur van het Koninklijk instituut voor taal-, land- en volkenkunde en professor koloniale en postkoloniale geschiedenis in Leiden.

Oostindie stelt zich in dat artikel op het standpunt dat zes,  vaak nog altijd Nederlandse Antillen genoemde, eilanden in de Caribische Zee ’nu eenmaal’ bij het koninkrijk horen, net als de Waddeneilanden. En stelt tegelijkertijd vast dat met grote regelmaat ‘overweldigende meerderheden’ op al die eilanden kiezen voor continuering van de nu  bestaande postkoloniale betrekkingen.

Wanneer zou de professor hier op Bonaire voor het laatste een basisschool van binnen hebben gezien? Sinds de staatkundige hervorming  van 2010, toen naast Bonaire ook Sint Eustatius en Saba werden omgedoopt in Openbaar Lichaam, is heel wat gebeurd. Ook in het onderwijs.

Op zo’n school wordt bijvoorbeeld dag in dag uit geworsteld  met de vraag hoe je het Nederlands als instructietaal kunt verenigen met de taal die alle betrokkenen als vanzelfsprekend op de lippen ligt. Het Papiaments is  immers niet slechts hun huis-tuin-en-keukentaal, maar domineert ook in het openbare leven en niet in de laatste plaats in de media.

Ik krijg daar wekelijks een paar keer mee te maken op het niveau van groep acht,  in het kader van een op zichzelf staand project dat vrijblijvend én zonder bijbetaling extra Nederlandse les biedt met het oog op de overgang naar brugklas en verder onderwijs. Want als de actieve taalbeoefening (spreken en schrijven) achterblijft bij de passieve (luisteren en lezen), komt elke leerling die het hogerop zoekt vroeg of laat in de problemen.     

“Ja, het is allemaal veranderd,” zegt de juf van een aantal leerlingen in mijn groep, “vroeger sloeg het Papiaments de klok, nu moet alles in het Nederlands. Iedereen heeft daar moeite mee.”

De twee talen staan duidelijk op gespannen voet met elkaar en omdat het Papiaments ook in de klas constant staat te popelen om de rol van oraal medium over te nemen, is het Nederlands altijd de gebeten hond. Positieve connotaties krijgen nauwelijks een kans en dan dreigt al gauw een vicieuze cirkel. Want hoe kun je je werkelijk mét tegenzin een taal eigen maken?

Oostindie komt in zijn artikel met grote woorden als: “Nederland heeft geweigerd zich in Koninkrijksverband hard te maken voor beter onderwijs overzee”. Maar specificeren ho maar. Papiaments is een andere taal dan Fries of voor  mijn part Limburgs. Alleen al daarom is tweetalig onderwijs in wat officieel Caribisch Nederland heet van een heel andere orde dan in Nederland of België.

“Cultuur is zo hard als diamant,” zei de bestuursvoorzitter van de Universiteit van Suriname Jack Menke een paar jaar geleden op een  populair nationaal radiostation. Wie daarvan doordrongen is laat het wel uit zijn hoofd te volstaan met de oproep: “Er moet geld bij.” En, wat nog erger is, die oproep rechtstreeks te koppelen aan de losse flodder dat “tienduizenden  Antilliaanse drop-outs zich de afgelopen jaren in Nederland hebben gevestigd”. 

Een professor als deze zou beter moeten weten. En een politieke partij die keer op keer, ook in deze regering, Koninkrijkszaken naar zich toe trekt, heeft ook wel wat uit te leggen.  

Categorieën: Blog post

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *