Het wordt weer tijd voor een top vijf. Als het water je tot de lippen staat, moet je je zegeningen tellen: wat valt er nog te genieten in dit land? Het is toch niet overál kommer en kwel, télkens listen en lagen, altijd gesukkel en lamlendigheid!?

Nummer één weet ik al. Als ik die niet had… Maar nee, zij is hors concours, ik moet vooral aan díngen denken. Alledaagse dingen, die ik ooit bijzonder vond, maar waarvan ik de waarde niet meer ten volle besef. Een theater, houten paleis of basiliek, woudreus die aan de kaalslag is ontsnapt, knusse warung aan de rivier…

Ja natuurlijk, hoe kon ik dat vergeten?? Nota bene bij me om de hoek, tegenover de taartenspecialist aan de Pengelstraat. In 2009 gerenoveerd ‘met medewerking van de Stadsdeelraad Zuid-Oost’, las ik op een herinneringsbord, toen ik daar een jaar of drie geleden voor het eerst binnentrad. Ik herkende direct de kleedhokjes, als afdankertje van een – vanwege bezuinigingen ontmanteld – gemeentelijk bad aan de overkant van de oceaan.

In de ruimte voor het mannelijk geslacht, waar de hokjes onder langs de muur met elkaar verbonden waren door een open goot voor afvalwater, rook het naar pis. Maar gelukkig bleek dat later eerder uitzondering dan regel en als er eens een deur of  kraan niet meer optimaal werkt, valt dat sowieso in het niet bij de aanblik van die enorme kuip, wanneer je het trappetje naar buiten opgaat. Met de schittering van twee hulpbanen daarachter en een weidse partij wolken als bekroning.

Het bad gaat voor het grote publiek slechts op gezette tijden open en er is een flink aantal steekproeven voor nodig geweest, maar na een jaartje wist ik ongeveer wanneer ik de grootste kans maakte op het alleengebruik van alle faciliteiten.

Zo mag ik nu maandelijks gemiddeld twee tot drie keer vanaf het startblok in baan 3, met een sierlijke boog of als een streep, het naakte natte oppervlak van het ongerepte bad openbreken. In een krachtige maar niettemin ontspannen crawlslag, zwem ik dan door tot het midden van de baan, ter hoogte van de klok op het hoofdgebouw, mediterend over Willem Campagne en William Kraan, die een eeuw geleden in barre omstandigheden de grondslag legden voor de zwemsport in het land, om vervolgens, in een schoolslag met korte halen, de eerste vijftig meter te voltooien, vervuld van diepe erkentelijkheid jegens het visionaire stadsbestuur dat zestig jaar geleden dit bad liet bouwen.

Na het eerste keerpunt gaat meestal mijn blik op oneindig. Het lauwe water laat zich gemakkelijk boetseren. Aanvankelijk dienen zich nog talige boodschappen bij me aan, die ik de afgelopen uren ergens heb geschreven of uitgesproken. Ter correctie of verbetering. Een routineklus, gevolgd door aanzetten tot nieuwe taal met andere doelen. Dat gaat meestal door tot ik de mijlpaal van een halve kilometer – van 0a tot en met 4b – heb bereikt.

Als het mooi weer is, stap ik dan even op de kant voor een ligpauze, bij voorkeur op een smalle bank in een van de omringende metalen tribunes. En zodra het lichaam, na de pauze, opnieuw het water omarmt voor de tweede helft én – niet te vergeten – instinctief de juiste slag kiest, mag de geest zich eindelijk vermeien in zalige gedachteloosheid. Als dát geen genieten is…

Categorieën: Blog post

0 reacties

Geef een reactie

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.