Dit is de eerste aflevering van een niet eerder gepubliceerd feuilleton van Theo Ruyter, dat – behoudens overmacht – wekelijks op deze site wordt voortgezet tot het verhaal is afgelopen (24/7/2022).

In zijn hele familie was, voor zo ver bekend, nooit iemand de Noordzee overgestoken, laat staan de Atlantische oceaan. Een weekje weg in eigen land was voor hem de sport geworden die nooit verveelde en daar had hij zijn hele gezin in meegesleept. Tot zijn dochter Eva zich, drie jaar na Moeders overlijden, in het hoofd haalde dat hij levenslang had verlangd naar een zalig zonnige cruise in de tropen. 

Door een foutje van de bank in haar voordeel was die plotseling, op een gewone doordeweekse dag, schatrijk geworden. Maar ze had geen idee wat ze ermee aan moest. Dat hadden ze haar thuis niet geleerd. Het liefst was ze het zo gauw mogelijk weer kwijt. Toevallig had ze onlangs de Titanic met haar held DiCaprio nog een keer op de televisie gezien, met als extraatje een documentaire over de varende flatgebouwen van déze tijd… 

Vader en dochter waren na haar geboorte vreemden voor elkaar gebleven. Toen de kinderen zich aandienden, was hun opvoeding aan hem niet besteed. Hij deed de winkel, Moeder zorgde voor de rest. Al kreeg hij later wel een meer persoonlijke band met de jongens, Eva was in zijn ogen de vrouw die inviel als Moeder uitviel. Een natuurlijke gang van zaken, die voortduurde tot laatst genoemde het definitief liet afweten. Sindsdien wisten ze van elkaars bestaan, maar lieten ze elkaar bij voorkeur met rust. Vandaar dat hij die zaterdagmorgen verbaasd opkeek, toen de bel ging en Eva drie seconden later voor het grote raam aan de straatkant stond te zwaaien.

“Ik heb een verrassing,” zei ze meteen in de vestibule, na de gebruikelijke drie zoenen.

“Ben ik mijn eigen verjaardag vergeten?” probeerde hij losjes,  om haar stemming te peilen. Maar zij liep al, voor hem uit, door naar de huiskamer, gooide haar jas over de rookstoel en liet er geen gras over groeien. 

“Hier is het,” zei ze. Een grote envelop viel naast zijn bordje op de ontbijttafel. 

“Ik hoop dat u nog geen plannen hebt voor de komende maand, maar daar valt vast wel iets op te verzinnen. Zal ik koffie zetten?”

Het bleef lange tijd stil. De deur naar de gang en de volgende,  naar de keuken, stonden wijd open. Ze was zelf geen  koffiedrinker, maar wist precies hoe Vader zijn koffie wilde en had zich voorgenomen gezellig mee te doen in plaats van demonstratief iets anders voor zichzelf klaar te maken.

“Eef, waar blijf je nou?” 

Eef? Het was lang geleden dat hij haar zo had aangesproken. Ze schrok en haastte zich met haar blad naar de eetkamer. Vader had zich achter een stoel opgesteld en keek haar aan alsof hij een toespraak wilde afsteken.  

“Dat is zéker een verrassing, ja, helemaal naar Amerika! Heb je zo veel  geld gespaard? In je eentje, durf je dat wel aan?” 

Haar eerste reactie was: “Hoorde u niet wat ik zei?” 

De kopjes rammelden, toen ze het blad iets te snel neerzette. 

“Ik kon geen koekjes vinden, liggen die soms hier?” vervolgde ze, in de hoop dat alsnog het kwartje zou vallen.  

Maar toen ze beiden waren gaan zitten, was hij weer als   vanouds de boer die kiespijn heeft.

“Ik vroeg of u al plannen had.”

“O ja. Nee hoor, ik zou niet weten wat. Ik red me best, dat weet je toch!”

Ze wierp een blik op de inhoud van de envelop, die over de halve tafel verspreid lag. Had ze er nou toch maar een briefje bij gedaan. Nu moest ze in een paar zinnen aannemelijk maken dat ze aan hem had gedacht, sterker nog, dat het een kolfje naar zijn hand was. Hoe moest ze dat klaarspelen?

“Had je nog vakantiedagen over?” 

“Nee vader, dat is het niet,” stamelde ze.

Het zweet brak haar uit. God zegene de greep.

“Ik heb helemaal niet gespaard. Ik bedoel, ik heb gewoon geld over, veel geld. Daarom dacht ik: misschien kan ik u een plezier doen. Iets anders dan vakantie in eigen land. Moeder had het er wel eens over, maar ze durfde het niet hardop te zeggen, geloof ik.”

Misschien gaf de herinnering aan haar moeder de doorslag. In ieder geval was het effect verbluffend.

“O, is dat het! Wat goed van je. Dat had ik niet achter jou gezocht. Nee, echt niet!”

Het stak haar dat hij Moeder erbuiten liet, maar ze mocht in haar handjes knijpen dat hij het nu wel begreep en het nog toejuichte ook. De omhelzing waar hij toe overging liet ze gebeuren. Het was nu eenmaal niet haar meest favoriete omgangsvorm, omdat je dan altijd een vervelend geurtje of haartje tegenkwam, zeker bij mannen. 

Maar deze keer was anders. Fijn dat deze man nog niet uit haar leven verdwenen was en dat zij hem blij kon maken.

Categorieën: Feuilleton

0 reacties

Geef een reactie

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.