Meisje, vrouw, anders (2019) van Bernardine Evaristo zal me nog lang heugen als een weergaloze caleidoscoop waarin vrouwen het volle pond krijgen en als ik van de vele personages een naam onthoud, zal het Penelope zijn. Die komt op het eind, als 80-jarige, tot een bijzondere ontdekking op grond van de volgende lijst:

Europa

Scandinavië 22%

Ierland 25%

Groot-Brittannië 17%

Europees-Joods 16%

Iberisch Schiereiland 3%

Finland/Noordwest-Rusland 2%

West-Europa 2%

Afrika

Ethiopië 4%

Zuid-Soedan 1%

Kenia 1%

Eritrea 1%

Soedan 1%

Egypte 1%

Nigeria 1%

Ivoorkust/Ghana 1%

Kameroen/Congo 1%

Centraal-Afrikaanse jagers-verzamelaars 1%

Ze had zich namelijk door haar dochter laten vertellen dat je door middel van een DNA-test meer te weten kon komen over je afstamming. Haar leven lang had ze zich Brits gevoeld, maar dat bleek  niet overeen te stemmen met wie ze echt was, volgens de wetenschap. Nota bene 13% Afrikaans!

De lijst heeft, vind ik, de zeggingskracht van een statement. Niet dat Evaristo dat haar lezers inwrijft – het is een roman en geen manifest –  maar er staat wel letterlijk op p. 492: wat maakt het uit wat voor huidskleur ze heeft? hoe heeft Penelope ooit kunnen denken dat dat belangrijk is? 

Zelfs in lang vervlogen tijden hebben mens(achtig)en niet stil gezeten, rondgetrokken over de aardbol en zich met elkaar vermengd. Op allerlei manieren en met allerlei motieven. Diversiteit is van alle tijden en mag  best worden gevierd. Moet zelfs gevierd worden, zolang de natuurlijke evolutie voortduurt en soorten genoopt zijn zich aan te passen om te overleven. Inteelt is voor achterblijvers. 

Met het ontstaan van een wereldeconomie nam de intercontinentale mobiliteit toe en dus ook de genetische vermenging van mensen uit diverse windstreken. Wat zich aanvankelijk gestaag voortbewoog is inmiddels in een stroomversnelling geraakt, die weliswaar de ene crisis na de andere met zich meebrengt maar niet te stoppen lijkt. Met grote gevolgen voor de samenstelling van de bevolking, met name in landen die de wereldeconomie naar hun hand hebben gezet en een magnetische aantrekkingskracht uitoefenen op mensen aan de verkeerde kant van de streep. 

Voor zover we kunnen nagaan, hebben altijd bepaalde verschillen de onderlinge vermenging in de weg gestaan. Nog afgezien van het verschijnsel genocide, in al haar gradaties, lijkt het meer regel dan uitzondering dat groepen elkaar een gelijkwaardige plaats in een gebied of samenleving betwisten. Op grond van een godsdienst, seksuele geaardheid, kaste, levenswijze, familieverband, huidskleur, wat voor kenmerk dan ook. Eenkennigheid, hokjesdenken en kuddegedrag bieden maar al te vaak steun en zekerheid en dan is discriminatie van anderen nooit ver weg. Maar er zijn eveneens ontelbare verhalen over verzet tegen die barrières, variërend van enkelingen die zich door de liefde lieten leiden en groepsnormen trotseerden tot hele groepen die uitstegen boven wantrouwen en vooroordelen om zich heen en zich onmisbaar maakten.  

Waar we in deze tijd, die schreeuwt om samenhang en verbinding, niet op zitten te wachten, is warriors met een rassenleer van het zelfde kaliber als de doctrines die de afgelopen eeuw een waanzinnige wereldoorlog ontketenden. Onder Trumps presidentschap herleefden de good old days van Malcolm X gevolgd door Black Panthers en opnieuw stonden ook in andere werelddelen velen te juichen. 

Toen de burgemeester van de hoofdstad – op die mooie pinksterdag in coronatijd –  haar zegen gegeven had, ging het in Nederland heel snel. Dankzij het KOZP-genootschap lag de rode loper klaar. Maar hoe lang kun je volhouden dat ‘de meeste mensen deugen’ en tegelijk die meerderheid wegzetten als born racists? En was die white man met zijn white privilege niet een gekuiste heruitgave van de aloude woekeraar  met haakneus en sigaar? Om maar te zwijgen van het hoogstandje klimaatracisme, ook van Amerikaanse makelij en inzending van de Correspondent voor de nieuwe Van Dale.

Zwart is meer dan ooit een marketing concept. Maar als ik de recente actieweek van de gebundelde krachten – bijeen in het Amsterdamse clubhuis de Zwijger – goed inschat, begint het zijn glans al te verliezen. Ik mag het hopen, want dan krijgt het aanzienlijk meer belovend perspectief van vermenging en verrijking weer de wind in de zeilen. Waren de afgelopen eeuwen niet ’kleurlingen’ al op vele plekken bruggenbouwers, schokbrekers, bemiddelaars en gangmakers, die het algemeen belang bewaakten en het samenzijn op een hoger plan brachten? 

Ook in een kleine, dorpse samenleving is dat aan de orde, zoals hier op Bonaire. Je haalt ze er direct uit, is het niet door hun uiterlijk dan wel door hun doen en laten: de kinderen uit een zogenaamd gemengd huwelijk die twee werelden in zich verenigen, met als schoolvoorbeeld Hollandse vader/Antilliaanse moeder of andersom. Als die er niet waren, zou het er voor het eiland helemáál somber uitzien. 

Misschien een ideetje voor mevrouw Ollongren, om zich een beetje te rehabiliteren: een bonus in het regeerakkoord van het eerste kabinet-Kaag voor elke moksi echtverbintenis, ook zonder kinderen.

Categorieën: Blog post

4 reacties

Vincent · 31 maart 2021 op 6:49 am

Sterk geschreven Theo, maar ben het niet helemaal eens met de – naar mijn inzien – zwart/wit vergelijking tussen aan de ene kant extreem anti-rascisme als het verkeerde en aan de andere kant een gemengd koppel als hetheen dat goed is. Maar daar bellen we binnenkort wel een keer over!

    Theo Ruyter · 31 maart 2021 op 3:08 pm

    Goed dat je de handschoen oppakt!

Emma · 31 maart 2021 op 9:22 am

Mooi geschreven! En inderdaad een mooi stuk uit het boek Meisje, vrouw, anders

    Theo Ruyter · 31 maart 2021 op 3:05 pm

    Dank je en tot morgen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *