Ik kan de dames van de Biblioteka Publiko aan de Kaya Gramèl te Kralendijk wel zoenen. In juli stond ik nog in dubio op Schiphol – zal ik het kopen of niet – en liet ik het liggen. Maar vervolgens, op 28 augustus om precies te zijn, was het alsof zij het stilzwijgend voor mij hadden klaargelegd: Wees onzichtbaar van Murat Isik. Ik was de tweede klant aan wie het werd uitgeleend!

Anderhalve week later, op een zondag, toen een bizarre motorrally de bloedhete stilte in Belnem aan flarden scheurde, was ik toe aan de laatste drie regels op bladzijde 597. Na een reis van een week in een emotionele roller coaster, waar ik aanvankelijk mezelf nog wel in toom hield maar die me in het tweede deel bij de lurven nam en me in het derde deel in een staat van ontreddering bracht die ik als lezer in geen jaren meer had meegemaakt. 

Het is een roman in de beste (Europese) tradities en dan denk ik niet in de laatste plaats aan de Russische meesters van de 19e eeuw. Een hecht doortimmerd en meeslepend verhaal, over een langere periode zodat je kunt volgen hoe personages zich ontwikkelen (of niet), met thema’s die ook voor de lezer in een heel andere samenleving  herkenbaar zijn en, natuurlijk, de taal en stijlmiddelen die een schrijver  als kunstenaar eigen zijn.

Hoofd is een gezin van Zaza/Turkse afkomst, dat zich in het begin van de jaren tachtig vestigt in de Amsterdamse Bijlmer (ook wel Zuid-Oost genoemd). Verteller is de jongere zoon Metin, die er zijn hele jeugd doorbrengt en ondertussen met zijn oudere zus en moeder moet opboksen tegen een uiterst zelfzuchtige vader. Het gezin staat dus dubbel onder spanning: zowel intern als in het kader van de integratie in de Nederlandse samenleving.  

Isik (1977) is in Izmir geboren en debuteerde in 2017 met Verloren grond. Met Wees onzichtbaar won hij o.a. de Libris Literatuurprijs 2018. Hoewel hij in de publiciteit rond zijn bekroning benadrukt dat het gaat om fictie, dus om personen die hij geschapen heeft en naar zijn hand zet, liggen de overeenkomsten tussen zijn eigen levensloop en het verhaal van de kleine jongen in de flat (Metin) voor het oprapen. Zeker als het gaat om de verhouding tussen vader en zoon. Misschien schuilt daar ook de verklaring waarom juist dat thema in de roman zo subliem uit de verf komt en bij uitstek tot hartverscheurende situaties leidt. 

Extra verrassend vind ik het taalgemak en taalplezier, waar de auteur voortdurend blijk van geeft. Dus het is geen wet van Meden en Perzen dat Nederlands je moedertaal moet zijn geweest, als je daar later in wilt kunnen uitblinken. Dat moge ook een hart onder de riem zijn voor schrijvers in spe in Suriname en Caribisch Nederland.

Categorieën: Blog post

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *