Boeken

Theo Ruyter schreef verschillende boeken, onder andere over Afrika en ontwikkelingshulp. Hieronder een selectie van zijn boeken. 


 Prikkeldraad

Bibliofiele uitgave van, door de auteur gekozen, veertig teksten uit twee jaar bloggen; met een facsimile van zijn Manifest voor een taal om van te houden.

 

 

 


Gerrit

Nooit van Gerrit gehoord? Hij was een wetiwakaman uit ptatakondre, die laat in zijn leven deze kant op kwam en hier in Paramaribo nog steeds over de tong gaat. Hij had niet eens een auto. Maar wel een hekel aan die muziek op orkaankracht uit andermans auto. En hij heeft de president nog eens de stuipen op het lijf gejaagd. Met al die honden! Af en toe was hij even weg, maar hij kwam telkens weer terug. Er zijn zelfs mensen die zeggen dat hij nog leeft. In zijn favoriete marrondorp, heel ver weg. Lees die tien verhalen! Dan kun je erover meepraten.

 


Requiem voor de Hulp

Van tijd tot tijd zijn, in verschillende landen, de doodsklokken geluid over de ontwikkelingshulp, waarmee al sinds de jaren vijftig van de afgelopen eeuw de ooit vanuit Europa gekoloniseerde gebieden moesten worden opgestoten in de vaart der volkeren. Ook in Nederland, maar bij uitstek hier waren kwakzalvers er als de kippen bij om de patiënt weer op te lappen en als herboren op zijn voetstuk terug te zetten. De hulpindustrie liet zich haar bron van inkomen niet zo maar afpakken en de liefdadige burgerij geloofde maar al te graag het sprookje van Nederland de hulpkampioen.

Sinds kort krijgt de ontwikkelingshulp weer wind in de zeilen door de wereldwijde campagne van regeringen, bedrijven, popsterren en hulporganisaties voor de Millenniumdoelen van de Verenigde Naties. “Meer en betere hulp”, luidt de kreet die deze keer de lading moet dekken. Maar ondertussen schijnt niemand zich nog openlijk af te vragen wat al die tijd in de lading gezeten geeft en of er wel iets aan te verbeteren valt. Hulpverleners zouden in dit geval kunnen laten zien dat ze nog werkelijk hun cliënt hoogachten door er zelf eindelijk eens een punt achter te zetten en met iets nieuws te beginnen. Daar is ongetwijfeld moed voor nodig, maar aan goede argumenten hoeft het hun niet te ontbreken.


cover

Retourtje Afrika

Schrijver-journalist Theo Ruyter is vergroeid met Afrika. Jarenlang verzette hij zich tegen de misplaatste filantropie die het continent teistert. Moe gestreden schreef hij een novelle. (…) Je zou de ondoordringbaarheid van Afrika wel het thema in het werk van Theo Ruyter kunnen noemen. Zo vormt het ook weer de rode draad in zijn onlangs verschenen novelle ‘Retourtje Afrika’, over de reis van een vader en zijn twee jongvolwassen kinderen door Tanzania.

 

 


knipsel

De Blauwe Neger

De Nederlander Geert van Pinxteren (1960) maakt in de jaren tachtig van de afgelopen eeuw, als pas afgestudeerde landbouwkundige, kennis met Afrika, “het zwarte continent”. Hij heeft er de tijd van zijn leven. Tot hij een liefje ontmoet dat van hem in verwachting raakt en dat hem eerst overhaalt met haar te trouwen en, wat later, te verhuizen naar zijn vaderland. Daar maakt hij carriere op het hoofdkantoor van het Korps, de organisatie die hem destijds heeft uitgezonden.

Maar Afrika blijft trekken en kort nadat zijn huwelijk op de klippen gelopen is krijgt hij een unieke kans om terug te keren; een kans die hij niet laat lopen. In zijn nieuwe woonplaats Arusha (in Tanzania) wordt hij weldra Dokter Blue genoemd. Hij hertrouwt, neemt de nationaliteit van het land aan, ontpot zich als veelzijdig zakenman en belandt ook nog in de politiek.

De persoonlijke contact met Nederland zijn inmiddels verwaterd. Zelfs van de twee kinderen die hij daar achtergelaten heeft is niet meer over dan de herinnering aan een vorig leven. Maar het verleden laat zich niet zo maar opzijzetten. Het ligt voortdurend op de loer, om vroeg of laat keihard en verrassend terug te slaan.


 

boektheoDe koe lacht niet meer

De open brieven, verhalen en essays van deze bloemlezing zijn op de keper beschouwd alle ingegeven door een leidende gedachte: ook mensen in zogenaamde ontwikkelingslanden hebben het recht hun eigen boontjes te doppen en de beste dienst die het ogenschijnlijk welvarend slag mensen van elders daarbij kan bewijzen is hun niet voor de voeten te lopen.