Baas boven baas

nov 21, 2018 Blog post

“Waar bent u nu?” (…)

“O, geeft niet. Als u zegt waar precies, kan ik het komen brengen.” (…)

”Is goed.”

Dat was het laatste waar hij drie dagen vóór zijn vlucht op zat te wachten en ook het laatste waarmee hij in zijn minutieus voorbereide landverhuizing rekening gehouden had: een anonieme medewerker van het Districts Commissariaat die hem te grazen nam.

De man, aan de speciale balie voor VOG-klanten achter de hoofdingang, was de juiste persoon op het juiste moment, dacht hij. Eén zeldzaam brok klantvriendelijkheid!

Ja, heel vervelend dat meneer de afgelopen week bij dat telefoontje nul op het rekest gekregen had.  Reken maar dat zijn collega’s dag en nacht in de weer waren om de talloze aanvragen tijdig te verwerken. En goed dat meneer de moeite genomen had om hierheen te komen.  Want, inderdaad, hij kon zorgen dat het voor elkaar kwam.

“Geef me even tijd, dan bel ik u terug”.

Nog geen half uur later. Het moest de ambtenaar zijn, dat begreep hij wel. Maar wat die te vertellen had… Of het was extreem druk bij die balie of de brave man kon gewoon niet uit zijn woorden komen. Pas toen de afkorting SRD tot hem doordrong, besefte hij wat er aan de hand was. F***!

Hij meende ook ‘honderd’ te horen. “Dat heb ik niet bij me,” riep hij. Om van hem af te zijn, want hij zat midden in een gesprek. Een uur later belde de ambtenaar opnieuw. Had hij ondertussen geld gehaald? Dan konden ze ergens afspreken. Meneer mocht bepalen waar. Maar die wist zich nog steeds geen raad en verzon een nieuwe  uitvlucht. De volgende ochtend, toen de man hem uit zijn bed belde, flapte hij eruit dat hij ook zonder ‘dat ding’ wel zou worden toegelaten.

“Dus u wilt niet van mijn diensten gebruik maken?”

“Nee, dank u wel.”

Twee dagen lang probeerde hij het incident uit zijn hoofd te zetten, maar de vraag bleef hem achtervolgen of hij niet alsnog  op het aanbod moest ingaan. Hoe kon hij het aanpakken zonder zijn eer te verliezen?? Nee, hij zou later –  op het eiland – open kaart te spelen, nam hij zich voor. Ieder weldenkend mens kon toch begrijpen dat hij naar eer en geweten gehandeld had.

In het eerste gesprek met een medewerker, in een van de vier geluiddichte cabines van de IND te Kralendijk, kreeg hij opdracht per brief uit te leggen waarom hij hier was verschenen was zonder de vereiste VOG.

Nadat hij, in een tweede gesprek, de gevraagde brief had ingediend, werd hij de volgende ochtend thuis gebeld.

“Ik wil best aannemen dat klopt wat u daar geschreven hebt, maar ik moet er toch op aandringen dat u probeert die VOG alsnog in handen te krijgen.”

Een samenvatting van zijn eigen brief leek niet veel indruk te maken aan de andere kant, maar in tweede instantie werd hem toch een uitkomst geboden. Als hij zou kunnen bewijzen dat hij er werk van had gemaakt, een klacht bij de politie had ingediend of zo…

Zijn voormalige, nog altijd appende, buurvrouw had een beter idee. Daar was alleen het nummer waarmee de ambtenaar hem drie keer had gebeld voor nodig.

Het bleek geen privénummer, maar met de nodige gegevens van de aanvrager kreeg ze na enige tijd toch de juiste persoon aan de lijn. Nog altijd even hulpvaardig en toen die een uur later voor haar neus stond, stelde hij zich voor met naam en toenaam. Wel had hij de kosten van de transactie met vijftig procent verhoogd, maar geen kniesoor die daar nog op lette.

Zo kon hij in het derde cabinegesprek bij de IND tenminste een kopie laten zien van de VOG, die de reddende engel in Paramaribo voor hem uit het vuur had gesleept. Maar de dame achter het glas kon tot haar spijt zijn  enthousiasme niet delen, want ze moest het origineel hebben met alles erop en eraan.

“Moet ik dan het risico nemen dat het zoek raakt? U weet niet hoe de post daar werkt,” probeerde hij nog. Maar ze was niet te vermurwen. Het enige lichtpuntje was dat hij van hogerhand een salomonsoordeel kon verwachten, per telefoon.

“U krijgt twee weken uitstel, om te zorgen dat het origineel in uw bezit komt. En als dat niet gelukt is, moet u een brief schrijven en uitleggen wat daarvan de redenen zijn.”

 

Hoewel de stukken ondertussen – met een omweg via Nederland – op het eiland zijn aangekomen, blijft de afloop vooralsnog een dubbeltje op zijn kant.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *