Stel je voor

“Het volgende station is Alkmaar. Het eerste gedeelte van deze trein zal…”

Ik zit op een klapstoel, in de lege ruimte tussen de buitendeuren. Gezien de korte tijdsduur van mijn reis was het niet de moeite waard een plaatsje te zoeken in een coupé. 

Met mijn hoofd naar achteren, ogen dicht, laat ik de zinnen van de conducteur tot me doordringen. Hoewel   de kans minimaal is dat hij me iets nieuws te vertellen heeft. De splitsing van de trein kan me in ieder geval niet boeien. 

Maar de stem van de man des te meer. Hij heeft er zin in, zoals de laag staande herfstzon die het hele treinstel in vuur en vlam zet. Iemand die nooit met het verkeerde been uit bed stapt en bij machte is de grootste oorwurm een hart onder de riem te steken.

Terwijl hij ook nog een Engelstalige versie van zijn  boodschap ten … Lees het volledige stuk

Minisoap

Als ik u was, zou ik gezien uw leeftijd niet nóg een paar maanden met deze klachten blijven rondlopen. Aldus de huisarts in het Noordhollandse dorp waar ik een paar weken geleden was neergestreken, met de laatste etappe  van mijn verhuizing van Bonaire naar Spanje in zicht. 

Ik wist direct dat ik deze uitspraak niet naast me neer mocht leggen. Al ontaardde mijn oponthoud in (Europees) Nederland dan helemáál van een lichtvoetig intermezzo in een minisoap van onbepaalde duur, waar de wet van Murphy hoogtij viert en vooralsnog geen peil te trekken is op een ontknoping.  

Mijn planning was, denk ik, niet eens zo slecht: eerst – begin mei – nog een oogoperatie op Aruba waar ik een paar jaar tegenaan had gehikt als wellicht zinvol maar geen bittere noodzaak, vervolgens zou ik me daarvan herstellen, de huur opzeggen, mijn inboedel toevertrouwen aan een verhuizer met zeebenen en, eenmaal … Lees het volledige stuk

Afl. XIII: Eva’s verrassing

Hij heeft zich voorgenomen niet meteen met zijn belevenissen in het straatje voor de dag te komen, in de hoop dat Dennis het eerst van wal zou steken en dingen uitleggen. 

Zij heeft uw hotel zelf voorgesteld. Abdul is een goede vriend.  Maar ik moet zeggen dat ik haar nog niet heb gezien, sinds ik u daar afzette.   

Maar hoe kan dat, is er iets met haar gebeurd?

Nee, ik geloof het niet. Of toch wel, maar dat is allemaal heel  moeilijk. Hoe moet ik zeggen? 

Dus geen ongeluk, maar iets anders? 

Ik kan het niet zeggen. 

Is ze weggegaan en weet je niet waarheen? Of kun je daar niet komen?

Ze antwoordt niet.

Ja, dat heb ik ook gemerkt. Kan het iets zijn met haar telefoon? Nee nee, dat is het niet.

Blijkbaar weet hij meer. Rinus voelt aan zijn water dat er iets gaat komen, als hij zijn … Lees het volledige stuk

Afl. XII: Eva’s verrassing

Het begint al donker te worden, wanneer Rinus terug is bij het hotel. Abdul is, zoals hij verwachtte, gevlogen en het nieuwe meisje aan de balie is niet onder de indruk van Rinus’ smeekbede hem aan een mobiel nummer te helpen. Waarom kan meneer niet gewoon wachten tot de volgende ochtend? Als er echt iemand in nood verkeert, kan hij beter de politie of  brandweer bellen, vindt ze. 

Rinus beseft dat hij zich niet door minimale tegenslagen uit het veld mag laten slaan, laat staan zich op zo’n meisje afreageren. Het hoofd koel houden en zich in alle rust bezinnen op een plan B is de opdracht. Maar eerst een douche en een pilsje. Tien minuten later is hij weggezakt in een stapel kussens op het hoofdeinde van zijn boxspring, de televisie staat op CNN en zijn telefoon hoest berichten op. De stille hoop op een wonderbaarlijk levensteken van Lisa … Lees het volledige stuk

Afl. XI: Eva’s verrassing

“Dennis, Dennis.” Ontegenzeglijk een vrouwenstem, zodat Rinus in één beweging op zijn knieën duikt om zijn oor tegen de deur drukken, tot de naam wordt herhaald.

“Lisa?”

Hij weet het voor bijna honderd procent zeker, maar toch.

“Ja.” 

“Nee, ik ben het, Rinus.”

“Rinus? Hoe kom jij hier? Jij moet wegblijven. Veel te gevaarlijk!”

“Lisa, luister, wat is er met je?”

“Vraag maar aan Dennis. Mijn broer, die weet alles.” 

“Waar zit die dan?”

“Heb je Abdul gesproken? Die kan je helpen. Ze hebben me opgesloten.”

“Ik wil je meenemen.”

“Ze kunnen elk moment weer terug zijn.”

“Maar wie dan?” Rinus drukt spontaan met zijn hele lijf tegen de deur en rukt aan de klink.

“Nee nee, Rinus, echt, niet doen, please!”

Ze hoeft maar één kik te geven en hij ramt het hele zaakje in elkaar. Maar ze lijkt wel bang dat hij de problemen daarmee nog erger maakt. … Lees het volledige stuk

Flashback

Toeval bestaat niet, wordt vaak gezegd. Maar wat is het dan wel, behalve een woord van zes letters? Als het geen betekenis had, zou het toch nooit zijn uitgevonden?

Sinds ik probeer te leven zonder me, diep van binnen of uit volle borst, te beroepen op een ‘bovennatuurlijk’ domein waar ons bestaan op aarde wordt bepaald, heb ik de neiging  langer stil te staan bij zaken die ik in de verste verte niet heb zien aankomen. Om beter te begrijpen wát me overkomt, maar ook omdat ik graag wil weten of er een natuurlijke oorzaak, aanleiding of bedoeling mee gemoeid is. Zoals halverwege deze maand, op een nog volop zomerse dag, toen ik ’s avonds een afspraak had in de Haagse Zeeliedenbuurt.

Een uitgelezen kans om een indruk te krijgen van wat er in de loop der jaren zoal was veranderd in de Hofstad. In de vijf jaar dat ik … Lees het volledige stuk

Afl. X: Eva’s verrassing

Aan de binnenkant van de deur is een papier bevestigd met CLOSED en, in kleinere letters – slecht leesbaar – due to circumstances. Onwillekeurig draait hij zich om, maar moet vaststellen dat geen mens zich aandient om hem te woord te staan. Het is midden op de dag, de zon staat hoog aan de hemel, zo-even was het nog druk op straat.  

Vergeefs speurt hij naar een deurbel en drukt zijn neus tegen het glas van de deur. Veel meer dan spiegels die op de een of andere manier licht opvangen van buiten kan hij niet onderscheiden. Hij tikt op het glas en beweegt de klink op en neer om geluid te maken. Dan schiet hem te binnen wat Dennis zei over Lisa’s woning aan de overkant.  

Tot waar de straat ophoudt staan nog enkele verveloze pandjes van het hetzelfde formaat als de salon van Lisa. Wel huisnummers, … Lees het volledige stuk

Afl. IX: Eva’s verrassing

De beltoon klinkt normaal en binnen tien seconden wordt opgenomen, maar het blijft doodstil aan de andere kant. Ook het luid en duidelijk noemen van zijn naam heeft geen effect. De tweede en de derde poging strandt op dezelfde manier. 

Lieve Lisa, waar ben je?

Bel me asjeblieft of spreek iets in,

Rinus. 

Navraag bij de receptie beneden maakt hem niet veel wijzer. Het meisje kan weliswaar zijn naam wel vinden, onder de gasten die gisteren zijn aangekomen, en ook het kamernummer klopt, maar niemand heeft naar hem gevraagd en bij de namen Dennis en Lisa schudt ze resoluut nee. Dat kan hij beter aan haar baas vragen. Die is er morgen weer. 

Het komt goed uit dat hij vrijwel naast zijn hotel al een goed gesorteerde supermarkt tegenkomt. Het dinertje met Lisa heeft hij uit zijn hoofd gezet en dan neemt hij liever iets mee voor op zijn kamer … Lees het volledige stuk

Beter ten halve gekeerd

Dat ik in Cádiz iets te zoeken had, liet zich al in een vroeg stadium aanzien. Althans toen ik eenmaal, tijdens het wikken en wegen van nieuwe bestemmingen buiten het Caribisch gebied en verder weg van de evenaar, de knoop had doorgehakt ten gunste van Spanje. 

Eerst zou ik deze zomer een tussenstap zetten in het land van Rutte – al de baas toen ik nog als emigrant in Suriname moest aankomen – en vandaar, in afwachting van de aankomst van een paar kuub bezittingen in de haven van Rotterdam, Spanje opzoeken voor een doelgerichte oriëntatie. Ik was er in mijn leven heel wat keren geweest, maar had me eigenlijk nooit aan een bepaalde plaats of provincie gehecht.  

Van Cádiz wist ik niet eens zéker dat ik er eerder was geweest en toch handhaafde die zich moeiteloos in mijn planning, terwijl grote jongens als Barcelona en Sevilla afvielen. Maar … Lees het volledige stuk

Afl. IV: Eva’s verrassing

Ze heeft het lichaamsdeel dat blijkbaar tot veel meer in staat was dan hij durfde denken, nog vast, maar de greep verslapt en het ritme hapert. 

“…of ik dat niet beter zelf kan doen.”

“Maar waarom? Ik geniet er toch van, heus.”

Het liefst zou hij haar omhelzen en kussen, maar hij weet niet hoe. Wel komt hij tot overeind, tot zit, met als gevolg  dat zij haar handen terugtrekt en de zijne ervoor in de plaats komen, alsof hij zich schaamt voor wat hij net heeft gedacht en gezegd. Hoe moet hij haar uitleggen wat hem bezielt, als hij zichzelf niet eens begrijpt?

Lisa is hem voor: “Ik begrijp het best, hoor. Het is helemaal niet erg.” 

Eindelijk durft hij haar weer aan te kijken. Geen spoor van ongenoegen of teleurstelling. Wel tikt ze op haar voorhoofd en zegt: “Het zit in je hoofd, dat gaat vanzelf weer over.” … Lees het volledige stuk