How are you, Rinus?  

When do you come back?  

Have a good trip!  

Lisa  

Kort maar krachtig! Hij kan de drie zinnetjes wel dromen, al kost het hem nog steeds moeite ze te geloven.  

Vanmorgen – hij was zo duf als een konijn – stond er niets op zijn telefoon. Dus kwam Marc zijn vraag – wat doe je hier nog – weer loeihard binnen. Om zijn ongeduld te bedwingen heeft hij room service gebeld, maar meer dan het croissantje en een bak koffie kreeg hij niet naar binnen. Toen maar eens geprobeerd zo’n patrijspoort open te peuteren. Alsof hij aan de horizon een blik van haar wilde opvangen. Hoe lang zou het duren, als hij overboord sprong en half levend aan wal werd gebracht? De gekste dingen haalde hij zich in het hoofd. Misschien had ze niet eens telefoon of geen bereik. Zij zat op het land, hij midden op zee.  

Plotseling – hij was de tel van het aantal pogingen allang kwijt en zag voor het eerst haar profielfoto – was er wèl iets te lezen. Drie regels en een naam, de woorden dansten voor zijn ogen.  

Rinus… Heel dichtbij, bijna met haar mond in zijn oor, doet ze haar uiterste best om zijn naam goed uit te spreken, maar ze hoort het verschil met wat hij haar vóórzegde en is niet tevreden. What’s in a name? Zijn eigen Engels stelt al niet veel voor, laat staan dat hij schrijvers kan citeren, op dat ene zinnetje na. Alle kans dat ze het kent van school. Of van haar vader, in Jamaica, zei ze niet dat die onderwijzer was?  

Come back… Klinkt dat niet als begging you? Ik wil jou en jij wilt mij? Geen twijfel mogelijk. Daar zal Marc van opkijken! Maar dat verandert niets aan het feit dat hij hier zit en zij daar. Ze gunt hem blijkbaar een leuke reis zolang die duurt, maar gaat niet tot in de eeuwigheid op hem zitten wachten. Hij is aan zet!  

Nogmaals draait hij de zware patrijspoort open, zo ver als het kan. Boven het smetteloos wit kielzog hangt een zwerm meeuwen ten teken dat hier op gezette tijden iets te halen valt. Hun geschetter overstemt bij vlagen het gestaag ronken van de scheepsmotoren, die door enorme pijpen niet ver bij hem vandaan vuile slierten rook de hemel in sturen. Nergens land in zicht, geen enkel ander vaartuig te bekennen, overal onpeilbaar diep donker water.  

Pas volgende week, op de terugreis, komen ze terug in dit deel van de Caribische Zee, maar dan gaan ze naar andere eilanden en kan hij moeilijk vragen of ze even een ommetje voor hem maken. Nee, daar gaat hij niet op zitten wachten.  

Marc valt hem op de hals, wanneer ze elkaar ’s middags terugzien bij het zwembad en hij vertelt wat Lisa hem heeft laten weten. En dat hij van plan is op het eerst volgend eiland van boord te gaan om terug te vliegen naar Sint Maarten.  

Die is meteen enthousiast en roept: “Geniaal, man!”  

Maggie zet grote ogen op, maar zodra haar vriend haar heeft uitgelegd wat er aan de hand is, krijgt Rinus van haar ook een dikke kus. Bovendien weet ze te vertellen dat het volgend eiland Frans is en goede verbindingen heeft met Sint Maarten. De helft van dat eiland heet immers Saint Martin!  

Marc gaat zijn laptop halen en samen gaan ze op zoek naar een geschikte vlucht. Een fluitje van een cent, dacht Rinus, maar Marc moet hem teleurstellen. Dit is geen Europa, waar je op een vliegtuig stapt alsof het de tram is en mag janken over een half uur vertraging.  

Na twee uur ploeteren haakt Rinus de knoop door: hij gaat in Guadeloupe vroeg van boord, laat zich rechtstreeks naar het vliegveld rijden. Dan ziet hij daar wel verder. Of Rinus zich niet bij de purser zou moeten afmelden, vraagt Maggie op het moment dat de twee mannen zich afvragen met welke cocktail ze hun laatste avond op de Enchanted Empress het beste kunnen inluiden.  

“Jezus, daar zou ik nooit op gekomen zijn,” antwoordt hij, “moet dat dan?”  

Marc heeft een idee: “Misschien krijg je geld terug of een voucher, voor de volgende keer.”  

“Als je maar een goeie reden hebt,” waarschuwt Maggie, “je moet héél dringend naar het ziekenhuis of er is iemand overleden, bij jou thuis. Dat kan toch?”  

“Je reist eerste klas, klanten als jij willen ze niet kwijt, kan ik je verzekeren,” valt Marc haar bij.  

Ze besluiten eerst de cocktail te bestellen. En daar blijft het niet bij. Integendeel, het wordt steeds gezelliger en als Maggie zo ver is dat ze Rinus durft uit te horen over Lisa, is het hek van de dam. Niemand heeft het meer over een purser, laat staan vouchers of vroeg weer op.  

Midden in de nacht wordt Rinus even wakker genoeg om zonder ongelukken zijn blaas te legen en schiet hem ook te binnen dat Lisa nog van niets weet. Maar pas wanneer zijn beltoon om negen uur de stilte in de hut op stelten zet, keert hij helemáál terug in het hier en nu.  
“Met Marc! Was jij niet van plan vroeg van boord te gaan? We liggen al uren aan de kade!”  

Het voelt of hij in één ruk onderuit wordt gehaald. De hele afgelopen dag spoelt over hem heen en het is maar goed dat Marc hem aanbiedt te komen helpen, met inpakken. Hoe moet hij deze dag doorkomen?  

Vijf minuten later, wanneer op zijn deur wordt geklopt, is hij nog niet verder dan de wc en een schone onderbroek. Maar gelukkig, aan Marc is een marinier verloren gegaan.  

“Ga jij maar naar de badkamer,” zegt die prompt, “en neem een koude douche, ik zorg voor de rest.”

Categorieën: Feuilleton

0 reacties

Geef een reactie

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.